‘Wanneer we spreken over kolonisatie’: boekclub 30.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Op 30 juni 2018 analyseren en bespreken vijf Belgische Afro-descendant dekoloniale denkers de teksten uit de publicatie. Deze boekclub is mede samengesteld door Laura Nsengiyumva.

Uit de boekrecensie van De Wereld Morgen (11.3.2018):

“Uit de inleiding van het boek volgende verantwoording: “Nederlandstalige publicaties zijn er van antropologe Bambi Ceuppens en historicus Mathieu Zana Aziza Etambala. Beiden hebben een Congolese achtergrond, wonen in België en zijn actief betrokken in het hedendaagse postkoloniale debat in Vlaanderen. Zij zijn echter niet opgeleid en werkzaam aan een Congolese universiteit.” Voor het overige wordt de hedendaagse geschiedschrijving over Congo nog steeds bepaald door een groep witte Belgische mannen: Filip De Boeck, Lucas Catherine, Jef Geeraerts, Marc Hoogsteyns, Guy Poppe, David van Reybrouck, Marc Reynebeau, Guy Vanthemsche, Peter Verlinden, Rudi Vranckx en Ludo De Witte. Dit boek erkent de waarde van het werk dat deze personen hebben verricht en nog steeds verrichten (maar zijn er ook kritisch over). Toch kunnen de redacteurs van dit boek niet buiten de onaangename vaststelling “dat er in het huidige debat in Vlaanderen geen of nauwelijks plek is voor de Congolese stem”. De gevolgen zijn bekend. Vlamingen weten nog veel minder over het koloniale verleden dan hun Franstalige landgenoten. Er zijn “geen boeken van Congolese historici aanwezig op Vlaamse scholen”.”

“België heeft in feite nog altijd zijn koloniale en postkoloniale verantwoordelijkheid niet erkend. In het onderwijs komt die periode zo goed als niet aan bod. Vraag eender welke jonge Vlaming op straat wat de namen Patrice Lumumba of Mobutu Sese Seko hem/haar zeggen. De onwetendheid is enorm en dat is niet goed. Wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd om ze te herhalen. Hoe degelijk deze historische bijdragen zijn kan de lezer zelf beoordelen. Eén ding staat vast: het wordt dringend tijd dat de Congolese stem over de koloniale en postkoloniale periode wordt gehoord in Vlaanderen. Daar is dit boek een goed startpunt voor.”

Wanneer we spreken over kolonisatie: salongesprek 9.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Tijdens het panelgesprek op 9 juni 2018 spreken Nadia Nsayi en Ludo De Witte over de (mogelijke) toekomst van een wereld zonder kolonisatie. Dit gesprek is gemodereerd door KifKif.

Wat is kolonialisme? Bestaat kolonialisme anno 2018 nog? Welke gevolgen heeft het kolonialisme voor onze dagelijkse praktijk? Wat is dekolonisering? Is er een wereld mogelijk zonder kolonialisme? Na een inleiding over het boekproject gaan Nadia Nsayi en Ludo De Witte tijdens het salongesprek in op deze vragen. Vervolgens is er ruimte voor een vragenronde vanuit het publiek.

Nadia Nsayi is sinds 2010 beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi Vlaanderen en de ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen. De focus van haar werk ligt op vrede en inspraak in Congo met bijzondere aandacht voor de hoofdstad Kinshasa en de conflictzones Noord- en Zuid-Kivu. Daarnaast volgt ze ook de situatie in de buurlanden Rwanda en Burundi op.

Ludo De Witte is socioloog en auteur van Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde (2017), Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (2014), Wie is bang voor moslims (2004) en De moord op Lumumba (1999).

Een fotoverslag door ‘Publieke acties’:

Vesna Faassen en Lukas Verdijk: ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017)

Kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk bundelt als eerste vertaald werk van Congolese historici in een Nederlandstalig boek. De primeur typeert het grotendeels ontbreken van een Congolese stem in het koloniale debat. En dat maakt België uniek ten opzichte van andere voormalige koloniale mogendheden.

(Lees meer: https://www.apache.be/2017/11/24/kunstenaars-laten-congolezen-spreken-over-kolonisatie/?sh=4543ac7b28dcdae931631-943598439)

Een aantal fragmenten uit het boek:

“[…] de vraag die wij, als initiatiefnemers van dit project, onszelf moeten stellen: hoe verhoud je je als witte kunstenaar tot ‘zwarte’ onderwerpen als raciale ongelijkheid? Wat is je eigen positie? Hoe verhoud je je daartoe, en hoe betrek je deze bij het onderwerp? Is het problematisch dat ‘geprivilegieerde’ westerse individuen (in dit geval kunstenaars) een discours framen over ‘niet-geprivilegieerde’ andere subjecten? Hoe verhouden wij ons tot kwesties waar wij zelf (in directe zin) geen ‘last’ van hebben? Migratie, statenloosheid, racisme … Hoe stel je jezelf kwetsbaar op als deze ‘witte onschuld’ een onuitwisbaar gegeven is en je de problematische positionering die dit met zich meebrengt alleen kunt doen verdwijnen door het volledig te erkennen of volledig te negeren? En hoe eerlijk zou dat eigenlijk zijn?

Onze artistieke praktijk vertrekt vanuit een centrale paradox in onze hedendaagse samenleving: de ontkenning van (post)koloniaal geweld, en het gelijktijdig bestaan van onderliggende structuren van racisme en vreemdelingenhaat. Gedurende meerdere decennia was Nederlands, evenals België, een koloniaal rijk. Wat is de impact hiervan op hedendaagse ongelijkheid? Kunnen we echt zeggen dat er tegenwoordig niets van het kolonialisme meer terug te vinden is in het bewustzijn en het gedrag van mensen?”

(Uit Vesna Faassen & Lukas Verdijk, voorwoord bij ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’, 2017)

 

“De kolonisatie heeft het hedendaagse Congo zo diepgaand beïnvloed dat ik me de vraag wel moest stellen: “Waarom en hoe heeft België de Congolezen veranderd?” De verandering die de Congolezen ondergingen, nodigt meteen uit tot een tweede vraag: “Hoe heeft zij de honger naar ontvoogding van de Congolezen gevoed?”

Koloniseren betekende natuurlijk zoveel als het ‘economisch ontwikkelen’ van gebieden. Het betekende echter ook ‘organiseren’ door de inlandse bevolking te veranderen. Het ‘beschavingswerk’ kwam daarmee op het snijpunt te liggen van het inlandse beleid van het gouvernement en bestond enerzijds uit de ontwikkeling van het gebied door handelaars en anderzijds uit het evangelisatiewerk van de missionarissen met hun boodschap van ontvoogding en bevrijding.

Het zogenaamde ‘beschavingswerk’ was per definitie in tegenspraak met de kolonisatie op zich. Naarmate meer moeite werd gedaan om Congo te exploiteren – en dus om de bevolking te veranderen -, raakte de bevolking steeds beter voorbereid en meer overtuigd om haar eigen weg in te slaan.

We zouden dit als volgt kunnen samenvatten: “De kolonisatie was een intelligent en totalitair werkstuk maar haar beschavingslogica droeg de kiemen van haar eigen vernietiging in zich”.”

(Uit Sindani Kiangu, ‘Belgisch Congo beschaven. Van dwang tot overreding’, 2011)

 

“In zijn boek komt [Adam] Hochschild in opstand tegen het erfgoed dat werd verworven met het bloed van de zwarten. Hij interpelleert Congolese historici die deze Leopoldiaanse misdaad zelf niet durfden aan te klagen. Hij vroeg zich tot slot af of het denkbaar zou zijn om in Berlijn een museum te openen dat aan de Joodse kunst en cultuur gewijd is, maar in alle talen over de holocaust zwijgt. Hij wilde het Leopoldiaanse mensenrechtenschandaal onder de aandacht brengen dat in de vergetelheid was geraakt door de Grote Oorlog, waarin België slachtoffer in plaats van agressor was.

De vraag rest of Leopold II inderdaad een held voor de Congolezen is, zoals ‘Le cheval’ lijkt te suggereren. Deze reproductie van het Leopold II ruiterstandbeeld uit Brussel werd in 1928 in Kinshasa geplaatst als spectaculair eerbetoon aan de handelsstaat die Leopold II opzette en die de mythische basis vormde van de latere Congolese staat. Deze kwestie is vooral belangrijk omdat de Congolezen hem vandaag de dag niet meer erkennen als hun ‘père fondateur’: hun grondlegger. Ze herkennen zichzelf niet in hetgeen waarvoor hij de basis zou hebben gelegd.”

(Uit Sindani Kiangu, ‘Belgisch Congo beschaven. Van dwang tot overreding’, 2011)

 

“Het is de geschiedenis die het mogelijk maakt om verloren gegane, vervalste of verborgen kennis te vernieuwen, te herstellen of te reconstrueren, om feiten en gebeurtenissen te consolideren zodat ze niet vergeten worden maar de waarheid blijven uitdragen, en tot slot om een burgerschap in het leven te roepen dat op een solide basis steunt. […]

Hoe noodzakelijk rust in de eeuwenoude relaties met België en de Belgen ook moge zijn, het Congolese volk mag nooit vergeten wat het was ten tijde van de slavenhandel en de kolonisatie: een gebruiksvoorwerp. Alleen dan zal het correct kunnen antwoorden op een aantal vragen die Didier Mumengi in zijn jongste boek stelt: “Wie zijn wij? Waar komen we vandaan? Zijn wij wonderen van de goddelijke schepping of geprogrammeerd als slaven? Zijn we in staat tot zelfbeschikking of zijn we verdoemd van de mensheid en gedoemd tot kolonisatie? Hoe transformeren we ons bewustzijn, onze manier van denken, onze ethiek en onze politiek? Indien deze transformatie nog mogelijk is, wanneer zou zij dan moeten plaatsvinden en waar moet het vandaan komen”?”

(Uit Sindani Kiangu, ‘Belgisch Congo beschaven. Van dwang tot overreding’, 2011)

 

Zie ook: www.publiekeacties.org

Van 1 tot en met 4 februari 2018 maakt het boekproject in samenwerking met Laura Nsengiyumva deel uit van het Congolisation festival en op 6 februari 2018 vindt een boekpresentatie met panelgesprek ‘Is er een wereld zonder kolonisatie mogelijk?’ plaats.