Interviews door Sinzo Aanza: #4 Bienvenu Nanga

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Bienvenu Nanga & Daniel Toya (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 4: Bienvenu Nanga

English:

00:00    My name is Bienvenu Nanga. 00:01
00:02    I am a sculptor and marketeer. 00:04
00:04     I studied sculpture 00:06
00:06     at the Academy of Fine Arts. 00:07
00:07     But I interrupted my studies 00:08
00:08     to learn on the job. 00:09
00:09    So in fact I’m self-taught 00:10
00:11    in sculpture. 00:12/
00:15     In the beginning 00:16
00:16     I worked via recycling. 00:20
00:20     I repaired unused objects. 00:21
00:25    But beyond that 00:27
00:27     I also do many other things: 00:29
00:30     wooden sculptures, 00:32
00:32    different types of sculptures. 00:34
00:35    Through art I give expression 00:36
00:37     to everything that happens in society. 00:38
00:39     I also have many other sources of inspiration. 00:43
00:44     I’m not set in my ways, 00:46
00:46     I always have lots of ideas. 00:52
00:52    I can’t realise them all 00:53
00:54    due to a lack of resources. 00:58
00:59     I have lots of ideas 01:00
01 :00    for making sculptures. 01 :01
01 :01   I draw inspiration from everything, 01 :05
01 :05   wherever I may be: 01 :06
01 :06   in the woods, … I literally work everywhere. 01 :10
01 :10    On wood, on metal, on rubber, and so on. 01 :16
01 :16   Actually I work on everything. 01 :26
01 :28   I also make animated sculptures, 01 :30
01 :31   moving elements. 01 :32
01 :32    That’s what interests me now. 01 :34
01 :34   It’s not yet popular here. 01 :37
01 :37    The Swiss do it often, 01 :40
01 :40    like Jean Tinguely… 01 :44
01 :45    there’s also Panamarenko in Belgium. 01 :50
01 :51   Those sorts of sculptures are what I like making most. 01 :53/
01 :53    There are various ideas in them. 01 :55
01 :55    I have developed a project: 01 :57
01 :57    a concert of robots… 01 :59
01 :59    moving robots perform the concert, 02 :00
02 :00    with me on guitar. 02 :04
02 :05    That is the project 02 :06
02 :06    that I’m soon going to present. 02 :08
02 :08    I still need to find a place for it. 02 :10
02 :10    Another project is called langard. 02 :12
02 :13   Langard is an artistic language 02 :14
02 :14   where moving structures 02 :16
02 :16   are projected onto a wall. 02 :18
02 :18   They move a lot. 02 :20
02 :21   There are lots of projects to realise 02 :22
02 :22   but we don’t have any resources. 02 :28
02 :29   Copyrights are a problem in Congo. 02 :32
02 :33   It is so complicated… 02 :34
02 :34   that we no longer count on it. 02 :41
02 :43   I have made robots to order 02 :46
02 :46   for a French collector, 02 :48
02 :48 André Magnin. 02 :49
02 :49   He ordered robots … 02 :55
02 :57   and UFO’s. 02 :58
02 :58   In the beginning he ordered occasionally, 03 :02
03 :03   then his interest grew. 03 :11
03 :11   Then I had to make robots all the time 03 :12
03 :12   and the orders became more regular, 03 :14
03 :14   up to the point when I even had to decline them. 03 :16
03 :17   And because some of my pupils 03 :19
03 :19   had also learned to make robots 03 :22
03 :23   I avoided competing with them. 03 :25
03 :26   There is more to do than just making robots. 03 :29/
03 :29   But I did find making robots exciting 03 :35
03 :36   and also it was a French commission. 03 :38
03 :40   I did enjoy making robots 03 :41
03 :41   because it kept me active. 03 :42
03 :44   I can make 5 to 10 per week. 03 :48
03 :48    I have made so many. 03 :50
03 :50   Now I make fewer robots 03 :52
03 :52   in order to have more time for other projects, 03 :55
03 :55   not yet executed by others. 03 :59
03 :59   That’s coming. 04 :07
04 :08   I’d like to be able to implement 04 :10
04 :10   all my projects. 04 :15
04 :16   Because I have quite a few in mind. 04 :19
04 :19   But I have no resources to develop them. 04 :21
04 :22   With my own resources I can’t do anything. 04 :29
04 :30   I have many important ideas, 04 :35
04 :35   beautiful projects. 04 :38/
04 :41   It would be better 04 :43
04 :43   if in our country, 04 :47
04 :47   like in other countries, 04 :48
04 :48   exhibitions would be organised. 04 :54
04 :54   We do see exhibitions abroad, 04 :56
04 :56    and that hurts. 05 :01

‘Wanneer we spreken over kolonisatie’: boekclub 30.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Op 30 juni 2018 analyseren en bespreken vijf Belgische Afro-descendant dekoloniale denkers de teksten uit de publicatie. Deze boekclub is mede samengesteld door Laura Nsengiyumva.

Uit de boekrecensie van De Wereld Morgen (11.3.2018):

“Uit de inleiding van het boek volgende verantwoording: “Nederlandstalige publicaties zijn er van antropologe Bambi Ceuppens en historicus Mathieu Zana Aziza Etambala. Beiden hebben een Congolese achtergrond, wonen in België en zijn actief betrokken in het hedendaagse postkoloniale debat in Vlaanderen. Zij zijn echter niet opgeleid en werkzaam aan een Congolese universiteit.” Voor het overige wordt de hedendaagse geschiedschrijving over Congo nog steeds bepaald door een groep witte Belgische mannen: Filip De Boeck, Lucas Catherine, Jef Geeraerts, Marc Hoogsteyns, Guy Poppe, David van Reybrouck, Marc Reynebeau, Guy Vanthemsche, Peter Verlinden, Rudi Vranckx en Ludo De Witte. Dit boek erkent de waarde van het werk dat deze personen hebben verricht en nog steeds verrichten (maar zijn er ook kritisch over). Toch kunnen de redacteurs van dit boek niet buiten de onaangename vaststelling “dat er in het huidige debat in Vlaanderen geen of nauwelijks plek is voor de Congolese stem”. De gevolgen zijn bekend. Vlamingen weten nog veel minder over het koloniale verleden dan hun Franstalige landgenoten. Er zijn “geen boeken van Congolese historici aanwezig op Vlaamse scholen”.”

“België heeft in feite nog altijd zijn koloniale en postkoloniale verantwoordelijkheid niet erkend. In het onderwijs komt die periode zo goed als niet aan bod. Vraag eender welke jonge Vlaming op straat wat de namen Patrice Lumumba of Mobutu Sese Seko hem/haar zeggen. De onwetendheid is enorm en dat is niet goed. Wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd om ze te herhalen. Hoe degelijk deze historische bijdragen zijn kan de lezer zelf beoordelen. Eén ding staat vast: het wordt dringend tijd dat de Congolese stem over de koloniale en postkoloniale periode wordt gehoord in Vlaanderen. Daar is dit boek een goed startpunt voor.”

Hana Miletic in Mu.ZEE en Wiels

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Hana Miletic, White linen and acrylic, cream viscose and nylon, 2016 (links) (c) Kristien Daem

Hana Miletic presenteert haar werk tot 12 augustus 2018 in Wiels te Brussel. Het is het resultaat van samenwerkingen met weefateliers en reflectie over zorgzaamheid. In kapitalistische en patriarchale systemen wordt zorgwerk vaak ondergewaardeerd. Door co-creatie en onderzoek naar sociale netwerken, focust Miletic op subjectiviteit en engagement. In het kader hiervan organiseert Wiels ook verschillende activiteiten zoals lezingen, performances, filmvertoningen en workshops.

Meer info

Bloggers van ‘Oostende Ontdekt’ bezoeken Mu.ZEE

In het voorjaar van 2018 startte een groep jongeren met een migratieachtergrond de blog ‘Oostende Ontdekt’ in samenwerking met FMDO. Ze gaan samen de straat op om Oostende en haar inwoners beter te leren kennen. Op 23 mei 2018 brachten de bloggers een bezoekje aan Mu.ZEE. Curator Ilse Roosens gaf hen een rondleiding doorheen de verschillende tentoonstellingen.

Lees hun verslag en bekijk de foto’s op Oostende Ontdekt!

Interviews door Sinzo Aanza: #3 Turbo Lusavuvu Makaya

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Paul Joostens, Turbo Lusavuvu Makaya & Bodys Isek Kingelez (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 3: Turbo Lusavuvu Makaya

English:

00:01    Hello, I’m the artist Lusavuvu. 00:02
00:03    I’m a popular naive painter. 00:04
00:06    I’m here in the workshop of 00:08
00:08    Sim Simaro, 00:09
00:11    where I do all my painting, 00:14
00:14    and realise all of my professional work. 00:19/
00:21    I’m often inspired by the 00:24
00:24    commissions I receive. 00:27
00:28    I’m inspired by the different ideas 00:32
00:32    that I’m being asked to execute.  00:35
00:36    I’ll execute the idea and then use it 00:39
00:39    to guide my subsequent work. 00:41/
00:43    I can certainly have inspiration, 00:45
00:46    but often it’s the commissions, 00:51
00:51   and the ideas they contain, 00:59
01:00    that I have to accurately realise. 01:01
01:01    And then, according to my own talents, I execute the work 01:02
01:02    as it was requested, 01:04
01:04    or as it should be. 01:05
01:06    For example, to make a scene of a road, 01:08
01:08    or a house, or a journey. 01:10
01:11    To show travellers. 01:12
01:12    I do what I’m asked. 01:15/
01:18    Sometimes people query: 01:20
01:20    ‘Who did this work?’ 01:21
01:23    ‘Why present the idea this way?’ 01:25
01:26    ‘Do you believe in the ideas that you realise?’ 01:28/
01:29    I reply that 01:30
01:32    my work isn’t about my own ideas 01:33
01:33    but… the commission. 01:34
01:35    The work that springs from my own ideas 01:36
01:37    doesn’t stay long, 01:38
01:38    it disappears immediately. 01:39
01:40    This is my inspiration. 01:45
01:45    This is my work. 01:47/
01:48    So people give me an idea 01:49
01:49    and I will execute it. 01:49
01:51    Just as it reaches me. 01:53
01:54    But it won’t be the same every time. 01:56
01:56    Each time an idea, 01:58
01:58    execute and deliver. 01:59/
02:00    This work is… 02:01
02:02    I started when I was at school. 02:04
02:05    Drawing… 02:06
02:06    is my strength. 02:08
02:08    Lots of people told me 02:09
02:09    to do fine arts. 02:10
02:12    But it wasn’t possible for me. 02:15
02:15    Then, through acquaintances, 02:18
02:19    I found myself here in the studio. 02:20/
02:23    Right now, our main concern 02:24
02:26    is uncertainty about the future. 02:29/
02:31    This is why I depict the idea of ‘life’.  02:34
02:39    I paint life as follows: 02:41
02:41    a woman lying down 02:43
02:44    inert, no happiness in life. 02:47
02:48    So, this is how I present life. 02:49/
02:49    Sometimes it’s just a hand 02:52
02:52    which symbolises… life. 02:54
02:55    Or maybe another part of the body. 02:56
02:57     This shows how 02:59
03:00    I worked without earning anything. 03:02
03:03    I worked for nothing, 03:06
03:06    without an income, without any result. 03:08/
03:09    Life: mankind represented by a hand 03:10
03:11    or something else. 03:12
03:12    And so on. 03:14/
03:15    Concerning copyright, 03:18
03:24    this has never bothered me. 03:30
03:31    I’m always here in the studio 03:34
03:37    or engaged in exhibitions. 03:38
03:39    In the… 03:43
03:43    cultural centres here. 03:45
03:46    But not yet abroad.  03:48
03:49    Copyright, 03:52
03:54    I’ve never received anything. 03:57
03:57    Nor any other kind of income. 04:00
04:00    I live on 04:01
04:01    the commissions I receive. 04:03
04:04    Whether it’s paintings 04:06
04:07    or drawings. 04:08
04:09    I do my work and I get paid. 04:11
04:11    I live on these commissions. 04:13
04:15    That’s the way it is. 04:17/
04:17    I’ve exhibited in Europe before, 04:19
04:20    and here too. 04:21
04:22    But I’ve never received a fee. 04:24
04:24    Perhaps it will be different this time. 04:27
04:28    It’s been suggested. 04:29
04:29    If so, it will be the first time. 04:31
04:31    Well, I’ll wait and see. 04:33//

Wanneer we spreken over kolonisatie: salongesprek 9.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Tijdens het panelgesprek op 9 juni 2018 spreken Nadia Nsayi en Ludo De Witte over de (mogelijke) toekomst van een wereld zonder kolonisatie. Dit gesprek is gemodereerd door KifKif.

Wat is kolonialisme? Bestaat kolonialisme anno 2018 nog? Welke gevolgen heeft het kolonialisme voor onze dagelijkse praktijk? Wat is dekolonisering? Is er een wereld mogelijk zonder kolonialisme? Na een inleiding over het boekproject gaan Nadia Nsayi en Ludo De Witte tijdens het salongesprek in op deze vragen. Vervolgens is er ruimte voor een vragenronde vanuit het publiek.

Nadia Nsayi is sinds 2010 beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi Vlaanderen en de ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen. De focus van haar werk ligt op vrede en inspraak in Congo met bijzondere aandacht voor de hoofdstad Kinshasa en de conflictzones Noord- en Zuid-Kivu. Daarnaast volgt ze ook de situatie in de buurlanden Rwanda en Burundi op.

Ludo De Witte is socioloog en auteur van Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde (2017), Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (2014), Wie is bang voor moslims (2004) en De moord op Lumumba (1999).

Een fotoverslag door ‘Publieke acties’:

Interviews door Sinzo Aanza: #2 Eddy Kamuanga Ilunga

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Eddy Kamuanga Ilunga, z.t., 2015, privécollectie (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 2: Eddy Kamuanga Ilunga

English:

0:00-0:17        First of all, I can say that I’m a selfish artist.
0:17-0:20        Because when I’m working,
0:20-0:27        it’s difficult for me to think about the finished work.
0:27-0:33        When I’m working, I think mainly about myself.
0:33-0:41        It’s as if I’m looking for a kind of cure while I’m working.
0:42-0:43        In the first place, for myself.
0:44-0:52        But at the same time, my work also sheds light on the society in which I live.
0:53-0:54        Kinshasa and Congo.
0:55-1:00        And I also make references to historical facts,
1:01-1:04        and to ancient times,
1:05-1:10        in order to conduct a study
1:10-1:13        into the effects of the past on the present.
1:15-1:18        At the same time, I realise that there’s a problem in Congo.
1:18-1:22        The Congolese society is one of them,
1:22-1:25        because it has no actual connection with art.
1:25-1:33        It’s a society that’s fallen victim to a sort of exclusion.
1:33-1:37        As if people have been cut off from art.
1:38-1:44        These are the questions I ask myself during the course of my work.
1:45-1:54        How to restore the connection between Congolese society and art.
1:56-2:01        And I always try to do that differently.
2:02-2:04        But with regard to the finished work,
2:04-2:16        It’s important, for me, that my artworks end up in museums.
2:17-2:20        I mean museums all over the world.
2:20-2:23        Also in Kinshasa.
2:24-2:29        I hope that, in time, there will be more museums in Kinshasa.
2:30-2:37        When I talk about museums, I’m thinking specifically about preservation.
2:38-2:46        Congolese artists have always loved to create works of art for their society.
2:47-2:50        Yet the problem of preservation still isn’t resolved.
2:50-2:53        It’s really not working, you see?
2:54-2:56        And I also have the idea –
2:57-3:04        I always dream of being able to donate my works to Congolese museums.
3:05-3:09        For example, the Musée de l’Echangeur.
3:10-3:14        It’s too bad, because every time I go there,
3:18-3:19        I see that from a conservation standpoint it’s not worth donating my work.
3:20-3:23        I can donate an artwork to Kin ArtStudio
3:23-3:29        This happens a lot, so I’ll also donate.
3:30-3:37        But at the same time, as an artist, it’s also important
3:38-3:42        to use my art to create a kind of connection with Congolese society.
3:43-3:50        And, for the moment, I’m thinking about how I can realise that connection.
3:51-3:54        I’m trying to set up a project
3:55-4:02        to help get rid of that exclusion.
4:03-4:08        This exclusion, which dates back to the past,
4:09-4:12        and which has severed the connection between art and society.
4:13-4:16        I’m trying to launch just such a project.
4:16-4:18        I’m mulling it over.
4:18-4:23        I believe that by next year,
4:24-4:26        I’ll be ready to put this project in place.
4:27-4:32        And it’s a project that’s really directed towards society.
4:33-4:36        It might not involve making exhibitions in public spaces.
4:38-4:43        But trying, for example, to show films of my work,
4:44-4:48        or films by other Congolese artists,
4:49-4:51        or, why not, by other people as well.
4:52-5:00        To try and offer to the public, to society, the work we do.
5:01-5:04        And also the work that I produce.
5:05-5:12        In the end, to try and convey the reflections that I make through my own work.

Interviews door Sinzo Aanza: #1 Papa Mfumu’eto 1er

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Papa Mfumu’eto 1er, Histoires de Kinshasa, 2016 (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 1: Papa Mfumu’eto 1er

English:

Hello, dear friends.
I’m Papa Mfumu’eto I.
I am a draughtsman who specialises in popular comic strips.
From the very beginning, I have written almost all my strips in Lingala.
They might contain the odd French word, but I’m in the habit of writing mainly in Lingala.
In Lingala as it is spoken in Kinshasa today.
I’m keen to continue this way of working.
So that the quality increases.
And so that I can continue to make the comic strips without too much trouble.
But I’d be delighted if I could also make comic strips in Kikongo, Ciluba and Swahili, just as I do in Lingala.
I don’t want the comic strips that Papa Mfumu’eto makes to be predominantly in English or French.
There can be comic strips in French, English or Portuguese.
But the comics that really matter are those made in Lingala.
But not any Lingala.
Rather, the Lingala that is spoken in Kinshasa.
This is something important, which I want to say.
So, comic strips in Lingala.
Because there is also a Lingala from Mankanza.
There’s a Lingala of the rascals.
There is also a Lingala from the province of Kongo Central.
And people also speak differently in Kikwit.
But I love making the comic strips in the Lingala of Kinshasa.
Maybe Lingala is not very uniform.
I’m talking mainly about the Lingala spoken in the municipalities of Kinshasa, Barumbu and Lingwala.
Not the Lingala spoken in the urban district of Tshangu.
Nor that of Kisenso.
We all speak Lingala but there are certain differences between the Lingala in the municipalities of Kinshasa and Lingwala, which is where Papa Mfumu’eto spends most of his time.
In Tshangu, they have their own way of speaking Lingala.
I also like the Lingala of Tshangu.
It’s a Lingala that’s common there.
As far as my specialism is concerned, I mainly dealt with political issues at the time of Mobutu.
For a while now, I’ve been apolitical.
I no longer deal with political issues.
But more with mysticism, witchcraft, sorcery, religions. Also, themes from daily life.
In other words, how we experience everyday life.
Those are my specialisms.
In a nutshell, this is what I wanted to say.
But it’s not everything. Later, we’ll talk some more.

Verslag: lezing door dr. Bambi Ceuppens op Erfgoeddag in Mu.ZEE

Dr. Bambi Ceuppens is antropologe en werkt mee aan de hervorming van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Naar aanleiding van de Mu.ZEE-tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ gaf Bambi Ceuppens op Erfgoeddag een lezing over het dekoloniseren van het museum. Vervolgens ging ze in gesprek met Phillip Van den Bossche, artistiek directeur van Mu.ZEE, over collectievorming en –presentaties. Welke rol speelt de ontstaansgeschiedenis van een collectie en hoe kan een weloverwogen collectie- en presentatiebeleid een hedendaagse en maatschappelijke relevantie nastreven?

Een verslag door stagiaire Saar Vandeweghe:

Bambi Ceuppens is doctor in de antropologie en verbonden als wetenschappelijk onderzoeker aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. De lezing die ze tijdens de zonnige Erfgoeddag gaf in Mu.ZEE handelde rond de dekolonisatie van het museum. Vaak zit er meer koloniale oorsprong in het museum dan men op het eerste zicht ziet. In het KMMA is de koloniale periode uiteraard heel nadrukkelijk aanwezig, maar ook hier in de stad Oostende heeft de koloniale politiek van Leopold II vooral dan op architecturaal vlak zijn stempel nagelaten. Het KMMA is reeds gesloten sinds 2013 omdat er een grote nood was aan een inhoudelijke herziening van de permanente tentoonstelling en een grondige renovatie van de infrastructuur. Dr. Ceuppens gaf toe dat die dekolonisatie een uiterst moeilijke oefening is, ook al omdat de beslissing over wat mag aangepast worden niet noodzakelijk in handen ligt van de wetenschappers. Een belangrijke factor in het proces van dekolonisatie is het aantonen dat Afrikanen meer zijn dan louter passieve slachtoffers of “ontvangers van beschaving” maar dat ze actieve subjecten zijn die mee hun eigen geschiedenis vorm hebben gegeven. Afrika leeft en het museum moet een poging doen om de nieuwe tendensen mee te geven aan de bezoekers. Het hedendaagse Afrika vertolken met bijna uitsluitend koloniale collecties, is dus een grote uitdaging.

Het betoog van dr. Ceuppens was zeer verhelderend en informatief. We moeten beseffen dat musea ook veranderende instellingen zijn. De wereld gaat verder, de tijd staat niet stil en het zou absurd zijn mochten musea dit wel doen. Het dekoloniseren vergt dus vooral van een museum dat de collecties en het beleid zich verhouden tot de maatschappij waarin ze functioneren. Een kritische reflectie op de collecties en het aankoopbeleid is dus een belangrijke stap richting een gedekoloniseerd museum.

Het wordt hoog tijd dat we eens een kritische blik werpen op de gevestigde kunstcollecties die wij als zeer neutraal beschouwen. Een van de meest gevierde stijlen in ons land, de art nouveau, maakte massaal gebruik van rijke materialen zoals ivoor en mahoniehout, die ze verkregen uit de kolonies. Helaas zijn daar zelden vraagtekens bij geplaatst.

Verder merkt dr. Ceuppens ook op dat er zich een mentaliteitsverschuiving voordoet onder het publiek. Zelfs de allerjongste bezoekers staan steeds minder positief tegenover bijvoorbeeld opgezette dieren in het museum. Zo’n grote olifant is een stuk minder charmant eens je weet dat hij het loodje heeft gelegd speciaal voor zijn plekje in het museum. Bezoekers zijn de laatste jaren ook veel beter geïnformeerd, ze komen het museum binnen met een rugzak vol kennis. Die kennis zou dr. Ceuppens ook graag geïncorporeerd zien in het museum. Met andere woorden, een conversatie aangaan met het publiek en een uitwisseling van kennis tot stand brengen.

Nagesprek met dr. Bambi Ceuppens en Phillip Van den Bossche

Norbert Hostyn over ‘De familie Laguna emigreert’ van Antonio Berni

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Antonio Berni & Philip Aguirre y Otegui (c) Kristien Daem
Antonio Berni, 'De familie Laguna emigreert' (1972)

Antonio Berni (Rosario 1905-Buenos Aires 1981) geldt nog steeds als één van de sleutelfiguren in de Zuid-Amerikaanse beeldende kunst van de twintigste eeuw. In 2014-2015 was er  nog een belangrijke retrospectieve die reisde van het Museum of Fine Arts in Houston naar het Phoenix Art Museum en tenslotte naar het Museo de Arte Latinamerica in Buenos Aires. Daarvoor werd "De familie Laguna" in bruikleen gegeven.

Berni evolueerde vanuit het postimpressionisme naar realisme (Nuevo Realismo) en surrealisme. Van 1958 af ging hij schilderijen maken waarin hij assemblagetechnieken combineerde met geschilderde fragmenten. In die techniek werkte hij een monumentale cyclus uit rond de fictieve personages Juanito Laguna en Ramona Montiel, symbolen voor de Argentijnse onderklasse, het proletariaat uit de sloppenwijken. Om dit te accentueren gebruikte hij  versleten kledij en allerlei andere aftandse spullen in die assemblages.

Het Museum voor Schone Kunsten van de Stad Oostende kocht twee werken uit deze cyclus aan, respectievelijk in 1971 en 1973:

- De familie van Juanito Laguna (1960)
- De familie Laguna emigreert (1972)

Het museum koesterde toen duidelijk een internationale aankooppolitiek. Wat té ambitieus allicht voor het bescheiden budget. "De familie Laguna emigreert" toont de beide protagonisten met hun kroost en hun schamele bezittingen onderweg, op zoek naar beter bestaan.

Norbert Hostyn