Interviews door Sinzo Aanza: #1 Papa Mfumu’eto 1er

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Papa Mfumu’eto 1er, Histoires de Kinshasa, 2016 (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de transcriptie werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 1: Papa Mfumu’eto 1er

English:

Hello, dear friends.
I’m Papa Mfumu’eto I.
I am a draughtsman who specialises in popular comic strips.
From the very beginning, I have written almost all my strips in Lingala.
They might contain the odd French word, but I’m in the habit of writing mainly in Lingala.
In Lingala as it is spoken in Kinshasa today.
I’m keen to continue this way of working.
So that the quality increases.
And so that I can continue to make the comic strips without too much trouble.
But I’d be delighted if I could also make comic strips in Kikongo, Ciluba and Swahili, just as I do in Lingala.
I don’t want the comic strips that Papa Mfumu’eto makes to be predominantly in English or French.
There can be comic strips in French, English or Portuguese.
But the comics that really matter are those made in Lingala.
But not any Lingala.
Rather, the Lingala that is spoken in Kinshasa.
This is something important, which I want to say.
So, comic strips in Lingala.
Because there is also a Lingala from Mankanza.
There’s a Lingala of the rascals.
There is also a Lingala from the province of Kongo Central.
And people also speak differently in Kikwit.
But I love making the comic strips in the Lingala of Kinshasa.
Maybe Lingala is not very uniform.
I’m talking mainly about the Lingala spoken in the municipalities of Kinshasa, Barumbu and Lingwala.
Not the Lingala spoken in the urban district of Tshangu.
Nor that of Kisenso.
We all speak Lingala but there are certain differences between the Lingala in the municipalities of Kinshasa and Lingwala, which is where Papa Mfumu’eto spends most of his time.
In Tshangu, they have their own way of speaking Lingala.
I also like the Lingala of Tshangu.
It’s a Lingala that’s common there.
As far as my specialism is concerned, I mainly dealt with political issues at the time of Mobutu.
For a while now, I’ve been apolitical.
I no longer deal with political issues.
But more with mysticism, witchcraft, sorcery, religions. Also, themes from daily life.
In other words, how we experience everyday life.
Those are my specialisms.
In a nutshell, this is what I wanted to say.
But it’s not everything. Later, we’ll talk some more.

Verslag: lezing door dr. Bambi Ceuppens op Erfgoeddag in Mu.ZEE

Dr. Bambi Ceuppens is antropologe en werkt mee aan de hervorming van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Naar aanleiding van de Mu.ZEE-tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ gaf Bambi Ceuppens op Erfgoeddag een lezing over het dekoloniseren van het museum. Vervolgens ging ze in gesprek met Phillip Van den Bossche, artistiek directeur van Mu.ZEE, over collectievorming en –presentaties. Welke rol speelt de ontstaansgeschiedenis van een collectie en hoe kan een weloverwogen collectie- en presentatiebeleid een hedendaagse en maatschappelijke relevantie nastreven?

Een verslag door stagiaire Saar Vandeweghe:

Bambi Ceuppens is doctor in de antropologie en verbonden als wetenschappelijk onderzoeker aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. De lezing die ze tijdens de zonnige Erfgoeddag gaf in Mu.ZEE handelde rond de dekolonisatie van het museum. Vaak zit er meer koloniale oorsprong in het museum dan men op het eerste zicht ziet. In het KMMA is de koloniale periode uiteraard heel nadrukkelijk aanwezig, maar ook hier in de stad Oostende heeft de koloniale politiek van Leopold II vooral dan op architecturaal vlak zijn stempel nagelaten. Het KMMA is reeds gesloten sinds 2013 omdat er een grote nood was aan een inhoudelijke herziening van de permanente tentoonstelling en een grondige renovatie van de infrastructuur. Dr. Ceuppens gaf toe dat die dekolonisatie een uiterst moeilijke oefening is, ook al omdat de beslissing over wat mag aangepast worden niet noodzakelijk in handen ligt van de wetenschappers. Een belangrijke factor in het proces van dekolonisatie is het aantonen dat Afrikanen meer zijn dan louter passieve slachtoffers of “ontvangers van beschaving” maar dat ze actieve subjecten zijn die mee hun eigen geschiedenis vorm hebben gegeven. Afrika leeft en het museum moet een poging doen om de nieuwe tendensen mee te geven aan de bezoekers. Het hedendaagse Afrika vertolken met bijna uitsluitend koloniale collecties, is dus een grote uitdaging.

Het betoog van dr. Ceuppens was zeer verhelderend en informatief. We moeten beseffen dat musea ook veranderende instellingen zijn. De wereld gaat verder, de tijd staat niet stil en het zou absurd zijn mochten musea dit wel doen. Het dekoloniseren vergt dus vooral van een museum dat de collecties en het beleid zich verhouden tot de maatschappij waarin ze functioneren. Een kritische reflectie op de collecties en het aankoopbeleid is dus een belangrijke stap richting een gedekoloniseerd museum.

Het wordt hoog tijd dat we eens een kritische blik werpen op de gevestigde kunstcollecties die wij als zeer neutraal beschouwen. Een van de meest gevierde stijlen in ons land, de art nouveau, maakte massaal gebruik van rijke materialen zoals ivoor en mahoniehout, die ze verkregen uit de kolonies. Helaas zijn daar zelden vraagtekens bij geplaatst.

Verder merkt dr. Ceuppens ook op dat er zich een mentaliteitsverschuiving voordoet onder het publiek. Zelfs de allerjongste bezoekers staan steeds minder positief tegenover bijvoorbeeld opgezette dieren in het museum. Zo’n grote olifant is een stuk minder charmant eens je weet dat hij het loodje heeft gelegd speciaal voor zijn plekje in het museum. Bezoekers zijn de laatste jaren ook veel beter geïnformeerd, ze komen het museum binnen met een rugzak vol kennis. Die kennis zou dr. Ceuppens ook graag geïncorporeerd zien in het museum. Met andere woorden, een conversatie aangaan met het publiek en een uitwisseling van kennis tot stand brengen.

Nagesprek met dr. Bambi Ceuppens en Phillip Van den Bossche