Freddy Tsimba in Brussel en Oostende

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Francis Mampuya, Marjo Van Soest, Freddy Tsimba, Bodys Isek Kingelez, Paul Joostens (c) Steven Decroos

Het eerste kunstwerk van een Afrikaanse kunstenaar dat een vaste plek kreeg in de Belgische openbare ruimte, is van de hand van de Congolees Freddy Tsimba. Het werk ‘Au delà de l’espoir’ werd aangekocht door Africalia en op 29 september 2007 onthuld in Elsene. In de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ is ook een buste van Freddy Tsimba te zien. Het beeld van de zwangere vrouw werd net zoals ‘Au delà de l’espoir’ gemaakt uit kogelhulzen (en deed in 2017 – heel toepasselijk – tijdelijk dienst als huisvesting voor een merelnest).

De kunstenaar verzamelde de kogelhulzen op diverse slagvelden, onder andere in Congo. Hij gebruikt dat materiaal om de kijker te confronteren met de realiteit van oorlog, geweld en lijden – een realiteit die dagelijks en dominant is voor miljoenen Congolezen, maar ook voor miljoenen andere mensen op de wereld. “Het werk van Tsimba is niet enkel een bevraging voor de Congolezen, maar voor de hele mensheid. Het is het bewijs dat Afrikaanse kunstenaars een universele bijdrage leveren tot reflectie en dialoog, over alle grenzen heen”, zei voorzitter van Africalia Gie Goris tijdens zijn toespraak. Africalia, de vzw die door de Belgische overheid betoelaagd wordt om artistieke en culturele projecten in Afrika te steunen, kocht het werk van Tsimba aan.

Freddy Tsimba, ‘Au delà de l’espoir’, 2007

Freddy Tsimba: “Ik werk vaak met lege kogelhulzen. Ik ben daarmee begonnen nadat ik op tv beelden zag van vluchtelingen bij een voedselbedeling. Die nieuwsflash is in mijn hoofd blijven spelen. Die onbarmhartige logica van de oorlog die geen ruimte laat voor hoffelijkheid of gewone menselijkheid. De kogelhulzen symboliseren die ontmenselijking, en daarom werden ze het basismateriaal van mijn kunst. Ik ben naar Kisangani en Bas-Congo getrokken om materiaal te verzamelen, maar ook naar Haïti en Soweto.
De meeste Conglozen vonden mijn werk in het begin niet “mooi”. Ze werden erdoor verontrust, het was te ingewikkeld, het was kortom niet de gepolijste kunst uit de academies die ze gewend waren. Ik ben ervan overtuigd dat mijn werk gewoon te dicht op hun vel zat. Mijn aanklacht tegen het overal aanwezige geweld is ook confronterend, natuurlijk.”

“Een kunstenaar moet die wonden zowel helen als aanklagen. Helen doet een kunstenaar niet door te verhullen of te verbloemen, maar door te bewaren. Mensen vergeten immers veel te snel. Ik maak zwangere vrouwen met mijn kogelhulzen. Dat is tegelijk een aanklacht tegen het geweld dat gepleegd wordt op kwetsbare mensen, maar het is ook de uitdrukking van mijn geloof dat hoop sterker is dan oorlog, dat vruchtbaarheid mogelijk blijft, zelfs na het geweld dat op vrouwen gepleegd werd. Met andere woorden: ik bewaar de herinnering aan de jaren van oorlog, maar ik doe dat op zo’n manier dat ik tegelijk een deur open op de toekomst. Voor mij is dat cruciaal: zonder hoop is er geen leven mogelijk.”

Meer info:
www.mo.be/artikel/afrikaans-kunstwerk-brussel-onthuld-door-mevrouw-kabila
www.mo.be/artikel/freddy-tsimba-kunst-moet-helen-en-aanklagen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *