Reactie op blogpost van Ilse Roosens door André Baert

Ilse Roosens, curator in Mu.ZEE, en André Baert, gids bij Mu.ZEE en auteur van de nieuwsbrief CultuurContaCt, besloten in dialoog te gaan naar aanleiding van het panelgesprek ‘Naar een inclusieve kunstscène’ op 17 juni 2018 in Mu.ZEE met Mathieu Charles, Sophie Feyder, Anne Marie Ange Sibi en Simone Zeefuik. Hieronder lees je de brief van André Baert als reactie op de blogpost door Ilse Roosens (verschenen op 20 augustus 2018, lees het hier).

Misschien moet je beginnen met het (her)lezen van de korte BLOG-dialoog[1] tussen Ilse ROOSENS en CultuurContaCt. 

Wij vinden een parallelle inhoud. Dat wil zeggen twee afzonderlijke verhalen over één thema. De stijl in CCC is persoonlijk, verspringend, als een creatie. De reactie daarop vanuit Mu.ZEE is zeer gericht en vanuit het inzicht van de auteur terecht. Alleen denk ik dus twee werelden te vinden. Die van ons is gebaseerd op de eigen ervaring met de ander, terwijl Ilse voluit voor de verdediging van die ander gaat. Wij zijn de statische vorm die reflecteert, zij de strevende activerende jongere mens die dingen wil rechtzetten en vooruitgaan. En dan krijgt een zin, die van een andere gescheiden wordt, een totaal andere betekenis. Begrijpelijk.

Nooit een probleem gehad met de namen zwart en wit. Afrika is groot en wordt helaas slechts enkel zo genoemd, omdat we nog te weinig kennis hebben over die diversiteit. We weten wat diversiteit is maar om die te kunnen proeven, moet je vragen stellen. Je moet als het ware in Oostende langs de meer dan 130 diverse culturele feestjes passeren om letterlijk die diversiteit te proeven. En dat is ook al niet zo evident, als ik Simone ZEEFUIK[2] in Mu.ZEE een beetje kan volgen: “De vraag naar je oorsprong lijkt op ‘je hoort hier niet.’” En precies dat, Ilse, is een probleem. Twee zijden: wat dat met je doet en wat dat met je sociale context doet. Dat laatste werk je uit in bv. kunst en dialoog. Het eerste kan je alleen maar voor jezelf begrijpen via die psychoanalyse. Geen sprake van onbeleefdheid, maar van hulp, zoals je hulp wil geven aan iedereen die een trauma moet (wil) verwerken. Wij lopen in onze omgeving om diverse redenen nogal hoog op met o.a. Jacques LACAN[3].

In de PowerPointpresentatie van die workshop werd een bankbiljetje geprojecteerd met daarop het portret van een man (ik leg even uit: donkere huid, vermoedelijk Afrikaans maar door de diaspora niet duidelijk op welke locatie). Er werd gevraagd welke vraag wij daarbij zouden stellen. Uitzonderlijk mijn vinger opgestoken. (Helaas niet gezien = te discreet?). Mijn vraag was: waarom een stropdas? Een vraag met twee ladingen: de te dekoloniseren geest die vindt dat op die zwarte man geen stropdas van de Europese witte man past, en de verwonderde die zich afvraagt waarom die man een kledingstuk draagt dat niet bij zijn oorsprong past. En dan zit je weer strop: oorsprong.

Iedereen is gelijk en voor iedereen mag je een verwondering hebben. Een breekbaar bleke roodharige, een spitse lange neus onder krulletjes, wat dikke lippen en kortgeknipt haar, … Terwijl ik die opsomming maak, ziet de lezer drie personages ontstaan vanuit de eigen herinnerde kleuren en vormen. Wat hij of zij al gezien heeft, geselecteerd onthouden en uit het geheugen opgehaald om tot een karikatuur (in de zin van stereotiep) te komen. We denken in vorm en inhoud van wat we kennen en voegen daar iets aan toe. Dat gaat zéér traag, terwijl de politiek van gelijkheid iedere keer slechts één woord duurt. Zeggen, begrijpen en uitwerken, terwijl je traag over de hindernissen van de geschiedenis huppelt.

Ik weet, ik besef dat elke mens gelijk is, in geest (zò’n woord!) zeer gevarieerd en dus boeiend – de mens die binnen de eigen variatie vaak zeer parallel ingesteld is en dat maakt verkiezingen zo dubbelzinnig – maar aan de buitenzijde altijd anders. Ik heb het recht om aan mijn ene buurman – die een luipaard in de buxus van zijn voortuintje knipt - te vragen of hij uit Congo komt, met een mooi gesprek nadien. Ik bedoel: ik toon interesse en een beetje kennis die hij niet had verwacht. Ik heb die vraag al eens gesteld: wat doe ik met het diorama van de prehistorische mens in het cultuurhistorisch museum van Jakarta: had hij toen al naar de neus verlengde oogjes? Of is dit een geactualiseerde interpretatie.

Ik hoop dat ik je het standpunt van CultuurContaCt en mezelf wat duidelijker heb kunnen kaderen. Respect en verwondering. Voor iedereen.




Tenslotte:

Wanneer journaliste Evita NEEFS[4] aan een tramconducteur – waar is de wattman! – vraagt naar de stopplaats het dichts bij een cultureel centrum, dan zegt die: ‘Nooit van gehoord.’ Haar artikel gaat verder: “Het worden vier dagen praten over mensen als hij, bedenk ik. Is dat niet het probleem? Maken intellectuelen zo niet de weg vrij voor populisten? En met welk verhaal, met wel welke argumenten kunnen democraten de trambestuurder opnieuw bereiken?” In het gesprek met filosofe Alicja GESCINSKA[5] dat daarop volgt komen enkele mooie uitspraken die we misschien kunnen meenemen in onze dialoog. “De gezondheid van een democratie ligt in de weerbaarheid van haar instellingen, niet in de mate waarin de grootste groep haar zin krijgt (na verkiezingen).” En: “De school zou actief burgerschap kunnen stimuleren, aan de leerlingen uitleggen dat we een verantwoordelijkheid hebben door de medemens. Dat is meer dan inzicht. Dat is ook een morele dimensie.” Ze verwijst daarbij vaak naar het Burgerinitiatief van David VAN REYBROUCK.[6] Tenslotte – zeer interessant: “Als niemand je verbiedt boeken te kopen of te ontlenen in de bibliotheek, is dat maar een lege vrijheid wanneer je niet ook de vaardigheid hebt om te lezen. De vrijheid van een mens meet je niet louter af aan zijn mogelijkheden, maar vooral aan zijn vaardigheden.” En dat doe je inderdaad op IN Mu.ZEE OVER dekolonisatie.

[1] https://blog.muzee.be/2018/08/20/een-bezoeker-blogt-andre-baert/https://blog.muzee.be/2018/08/20/reactie-op-blogpost-van-andre-baert-door-ilse-roosens/

[2] Chairwomen Simone ZEEFUIK van de workshop ‘Decolonize the Museum” in Mu.ZEE + https://lazeefuik.com/bio-and-contact-info/  

[3] Losjes: https://www.youtube.com/watch?v=5OnhOXq7m4w

[4] Evita NEEFS in De Standaard, 22.06.2018: “Democratie per app, neen bedankt.”

[5] http://gescinska.com + https://nl.wikipedia.org/wiki/Alicja_Gescinska

[6] http://www.davidvanreybrouck.be/sites/default/files/pdf/Weg%20uit%20de%20impasse%2C%20hier%20is%20een%20plan%20-%20De%20Morgen%20-%2011%20Jun.%202011.pdf

Een bezoeker blogt: Sorana Munsya

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 2) (c) Kristien Daem
Young Congo est une exposition qui a eu lieu à Kinshasa en 2017 à l’initiative de Kin ArtStudio (KAS). Elle a rassemblé les œuvres produites par de jeunes artistes congolais avec le soutien du KAS. Le KAS se veut être un laboratoire indépendant de la création contemporaine de la jeunesse kinoise. Laboratoire parce que comme l’a dit Pr. Lye M. Yoka (directeur général de l’Institut National des Arts de Kinshasa) l’objectif est d’« expérimenter les nouveaux sentiers de la recherche-action en phase à la fois avec les traditions « performantes » endogènes et les tendances esthétiques contemporaines et universalisées. ». Kinshasa est une ville dépourvue aujourd’hui d’institutions muséales détentrices de collections d’œuvres susceptibles d’être montrées dans des expositions à travers le monde. Les œuvres sont bien là, elles existent, mais restent dans la plupart des cas la propriété de collectionneurs privés rattachés à aucune institution.

L’action de collectionner en tant qu’individu est sans doute une action similaire dans les différents coins du globe. Ce qui différentie cet acte du nord au sud - acte qui sera soumis aux interprétations, aux confrontations et autres dialogues - est l’implication d’institutions dans l’acquisition d’œuvres d’art ou même dans le prêt ou l’acquisition de collections d’œuvres initiées par des individus. Sans vouloir surestimer ou surinvestir la mission d’accumulation d’œuvres par les institutions muséales, il semble évident que la démarche d’acquisition est différente lorsqu’elle est initiée par un individu ou lorsqu’elle est le fait d’une structure ayant des objectifs inhérents à sa nature.

Comme dit plus haut, la ville de Kinshasa n’a pas de musée d’art moderne et/ou contemporain. Les deniers publics étant très peu consacrés à la culture, la création contemporaine naît et se développe via des initiatives privées telles que le KAS. Le KAS, né en 2011 et fondé par l’artiste Vitshois Mwilambwe Bondo, se concentre sur la création de jeunes artistes congolais. Il encourage la création dans le domaine des arts visuels et autres formes d’expression contemporaine, et favorise en même temps des échanges entre artistes et initiatives artistiques à travers le monde.

Partant de ces constats, il serait intéressant de réfléchir à l’institution muséale, non seulement dans sa nature et ses missions, mais aussi en fonction du contexte sociétale et économique dans lequel elle évolue. Le Mu.ZEE, dans sa démarche de dialogue entre sa collection et celle d’un collectionneur privé ayant acquis des œuvres originaires de Kinshasa, se connecte avec l’histoire et l’environnement socio-économique de la ville de Kinshasa mais fait aussi le choix intéressant en tant qu’institution publique d’échanger avec le regard d’un seul homme. Pourquoi ne pas également envisager à l’avenir le regard entre institutions ? Institution muséale avec centre de création contemporaine comme le KAS. De telle manière que la confrontation entre les deux structures ferait naître une réflexion tant au niveau de l’histoire mais aussi des pratiques et processus d’aujourd’hui menant à la production artistique dans un contexte comme celui de Kinshasa. Ce genre de dialogue entrerait dans la ligne des réflexions que s’impose le Mu.ZEE, à savoir revoir l’hégémonie des institutions occidentales sur celles africaines mais aussi considérer le musée, plus qu’un lieu d’histoire et d’accumulation d’œuvres, comme un lieu d’expérimentation et d’échanges de pratiques.

Sorana Munsya

Interviews door Sinzo Aanza: #8 Bebson de la Rue

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Bebson de la Rue (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 8: Bebson de la Rue

English:

00:00    We are Congolese, Zaireans, 00:02
00:03    born and raised in Zaire. 00:07
00:07    Then the country changed its name, 00:09
00:09     and became Congo. 00:10
00:11     Previously the country was called Congo, 00:13
00:13     and we are now continuing as ‘Congo’. 00:14/
00:15     I myself 00:16
00:16     am called ‘Personne de la rue’, 00:19
00:20     who loves women. 00:21
00:21    Very beautiful women, 00:22
00:22     who are clean, who are tidy, 00:23
00:23     who know how to cook, 00:25
00:25     sweet, friendly. 00:27
00:28     In short, the real Congolese girls. 00:29/
00:30     High priest, 00:31
00:31     real priest, 00:32
00:33     despite the worldly pleasures 00:34
00:34     of which I’m attached… 00:35
00:36     … to 30%. 00:37/
00:38     Here we are working 00:40
00:40     in a studio. 00:41
00:42     We make everything here. 00:44
00:45     But to belong, it’s essential that 00:46
00:46     everyone plays his role in this world. 00:48
00:49     The role of this place is 00:50
00:50     to be a musical workshop. 00:51
00:52     Here we make musical instruments 00:54
00:54     and sounds. 00:56
00:57     We shape children, 00:58
00:58     babies, adults. 00:59
01:00     Lullabies, but also violent sounds, 01:02
01:03     dreamy sounds, 01:05
01:05     and sad sounds. 01:06
01:06    We make sounds for films, 01:08
01:08     master tapes.  01:10
01:10     And many other things. 01:13
01:13     This is a musical workshop. 01:14
01:14     The material that you see here, 01:16
01:17     is not aimed at maternity clinics. 01:19
01:19     Hospitals have their own materials. 01:20
01:20     These are not for that purpose. 01:21
01:21     These are more aimed at carpenters , 01:23
01:21     bricklayers, electricians, 01:25
01:25     farmers, those sorts of people. 01:27/
01:28     Before, actually, we 01:29
01:29     sung songs about this. 01:30/
01:31     We sang: 01:32
01:32:   Where we had to sow, we sowed. 01:35
01:35     To survive. 01:37
01:37     Like the plants that you see here: 01:39
01:39     all these vegetables, these tomatoes and so on. 01:42
01:43     This flag for example is a leaf. 01:44
01:44     Like the plants. 01:46
01:46     The difference being that this is plastic. 01:47
01:47     It’s actually the same, 01:48
01:48     because plastic, clothes, 01:50
01:50     rubber and those sorts of things 01:51
01:51     come from plants. 01:52
01: 52    Like the plants that we’re growing here. 01:57
01:58     So we plant where we have to 02:00
02:00     to be able to survive. 02:01
02:01     And also, everywhere that it’s dirty, 02:02
02:03     we’re going to clean, 02:04
02:04     for our honour and our salvation. 02:07
02:09     That is what we advocate. 02:10
02:11     This country is Congo, 02:12
02:12     our native country, 02:14
02:14     where so many intelligent people live. 02:15
02:16     Our ancestors were intelligent 02:19
02:19     and achieved amazing things. 02:20
02:20     Now it’s our turn. 02:22
02:22     We continue what we have learned from them, 02:29
02:30     namely that everyone has a role to play. 02:31
02:33     Our role is to make music. 02:34
02:34     This is what we like doing. 02:35
02:35     Singing, dancing, 02:37
02:37     we do everything. 02:38
02:38     And we also make 02:40
02:40     musical instruments. 02:41
02:42     Because there have been occasions 02:45
02:45     when we needed instruments, 02:46
02:46     but we didn’t have any. 02:47
02:47     How can we play music then? 02:49
02:49     We had to make the instruments ourselves. 02:50/
02:50     The quality was the result of our artistic ingenuity, 02:54
02:54     our own assessments, 02:55
02:55     always in search of what is good for us. 02:58
02:58     Our conclusion was that 03:01
03:01     we had to make our instruments ourselves 03:03
03:03     before being able to play. 03:04/
03:05     This for example is a drum from an aquarium. 03:09
03:09    And it goes like this… 03:10
03:11     I can for example play something like this … 03:12
03:23    So that is the drum. 03:24
03:25     Then we also have guitars. 03:26
03:27     This here, for example, is a guitar, 03:29
03:29     with a hard sound. 03:31
03:33     I play it with my heart. 03:34
03:48     Here we have a freshly made tambour…. 03 :58
03 :58    We collect 03 :59
04 :00    planks, iron wire, 04 :01
04 :01    plastic objects. 04 :02
04 :03    We make sure that there is a musical scale in it, 04 :04
04 :05    by using the same kind of musical strings 04 :06
04 :06    that you would find 04 :07
04 :07    in modern, Western instruments: 04 :08
04 :08    guitars and synthesisers. 04 :09
04 :09    The same strings 04 :11
04 :11    to be able to play accurate music. 04 :13/
04 :15    We make all kinds of things 04 :16
04 :16    that, for example, we send to Lusanga 04 :17
04 :17    or elsewhere 04 :19
04 :20    where we have partners. 04 :23
04 :23    Because relationships with others are important. 04 :28
04 :28    The instruments that we make 04 :30
04 :30    are our contribution 04 :31
04 :31    to the development of the world. 04 :32
04 :32    For our own assurance in the world. 04 :33
04 :33    That our products help our brothers 04 :35
04 :35    but also other people … 04 :38
04 :38    who could need them. 04 :42
04 :42    This creates exchanges between us. 04 :45
04 :46    We ourselves draw upon the help of others. 04 :47
04 :47    A lot of materials that we use here, 04 :48
04 :48    come from elsewhere. 04 :49
04 :50    And our products also go to others. 04 :52
04 :52    It’s about exchanges. 04 :53
04 :53    That is it, exchanging with people 04 :54
04 :54    with whom we enter into relationships. 04 :55
04 :56    It has always been our wish 04 :57
04 :57    that our products help other people. 05 :00/
05 :00    But beyond them, first and foremost 05 :02
05 :02    for ourselves, to survive. 05 :05
05 :05    We do our work for … 05 :07
05 :07    Here I have 05 :08
05 :08    chickens, tortoises and so on. 05 :09
05 :09    I breed animals. 05 :10
05 :10    I live together with the animals  05 :11
05 :12    in their natural environment. 05 :13
05 :13    When I play music, 05 :14
05 :14    my tortoise comes closer. 05 :15
05 :15    That gives me pleasure. 05 :16
05 :16    It is as though it interests the tortoise. 05 :18
05 :18    But ultimately I work for people, 05 :23
05 :24    from wherever, who are interested in my work 05 :27
05 :27    and can get something from it.  05 :28
05 :29    If they would like to thank me 05 :31
05 :32    with a simple money transfer 05 :33
05 :33    via Western Union or another way, 05 :35
05 :35    or just by saying ‘thank you’, 05 :36
05 :36    or ‘may God help you’, 05 :37
05 :37  all that I would gratefully receive. 05 :39

Interviews door Sinzo Aanza #7: Francis Mampuya

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 2): Sven Augustijnen & Francis Mampuya (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 7: Francis Mampuya

English:

0:00-0:03        I’m Francis Mampuya.
0:09-0:10        My second name is Nkita
0:10-0:12        But my professional name is Francis Mampuya.
0:17-0:21        I primarily want to talk about art,
0:22-0:25        but more specifically here in Kinshasa, in Congo.
0:26-0:29        Art is a difficult profession.
0:30-0:35        Life, and the situation in the country,
0:36-0:38        don’t make it easy
0:38-0:40        to keep making art
0:40-0:43        in this land.
0:45-0:49        It requires a great deal of sacrifice.
0:50-0:52        Because, even here,
0:54-0:56        for the work we deliver,
0:56-0:59        it’s difficult to find buyers
1:00-1:03        and there are no art galleries.
1:05-1:09        Often, the only people who can help us
1:09-1:11        are foreign partners.
1:13-1:14        It’s as if this profession
1:14-1:16        is only of interest to foreigners.
1:18-1:20        Here, the knowledge of art is
1:20-1:21        very limited.
1:23-1:30        Very few people are looking for artworks
1:30-1:31        to hang in their homes.
1:31-1:34        Art is not a preoccupation here
1:34-1:36        amongst the Congolese.
1:37-1:39        This is why
1:40-1:42        I sometimes call what we do
1:42-1:45        a suicidal profession.
1:46-1:52        We’re devoted to art
1:52-1:55        otherwise it would be impossible to continue in Congo.
1:56-1:59        This life and this situation are difficult.
1:59-2:01        On the material and economic front,
2:02-2:04        there are many problems.
2:04-2:07        If we, as artists, are devoted to art
2:08-2:10        then it’s because we were born into it.
2:10-2:14        So it’s in our blood.
2:15-2:16        Something in our blood.
2:17-2:20        I come from a family of artists.
2:21-2:36        By this I mean
2:37-2:40        that some of my ancestors
2:41-2:42        were sculptors
2:42-2:46        or architects.
2:48-2:49        Like my grandfather, for example.
2:50-2:52        He was a member of the Executive Board
2:52-2:55        of the superintendents of Notre-Dame de Kinshasa
2:56-3:02        and Saint-Paul in the municipality of Kinshasa.
3:04-3:08        I inherited these traits from my uncles.
3:09-3:10        They were all artists.
3:11-3:15        My entire family was predestined for art.
3:19-3:21        As far as the work is concerned, what we mainly lack
3:21-3:24        are galleries.
3:24-3:27        And people who can buy art.
3:29-3:32        These days you might make art
3:32-3:34        but you can’t find anyone who can buy it.
3:35-3:37        Finding a buyer is a matter of luck.
3:38-3:41        Those who have an eye for it
3:41-3:42        come from abroad.
3:43-3:45        Friends who have the opportunity to come here,
3:45-3:48        or diplomats, or someone on a mission.
3:48-3:51        They have the means to help us.
3:52-3:58        The works we offer for sale
3:58-4:04        raise just enough money to survive.
4:05-4:09        It’s not like artists from elsewhere
4:10-4:17        who are given grants.
4:18-4:19        It’s a bit different.
4:22-4:24        That’s why you see that for art
4:25-4:27        there are limits here today.
4:28-4:33        But we try to
4:34-4:35        make progress on many fronts.
4:36-4:37        That’s why there are still creations.
4:37-4:38        We’re not giving up.
4:38-4:40        Sometimes we also create things
4:40-4:44        that allow the whole world to
4:44-4:46        see that Congolese artists are also
4:47-4:49        creating valuable works.
4:50-4:52        Anywhere in the world you can
4:52-4:53        see popular artists.
4:53-4:56        Or colleagues who
4:56-4:57        realise something.
5:00-5:02        It’s therefore a great honour.
5:03-5:05        But the artists themselves,
5:05-5:07        they cannot make a living.
5:07-5:10        There’s nothing in it for them.
5:10-5:13        As far as the galleries are concerned, it’s often the case
5:14-5:24        that the gallery owner is more important.
5:23-5:28        You see that everywhere.
5:29-5:30        We find that if you
5:30-5:33        sell a work of art,
5:33-5:36        you might receive 200 or 100 dollars.
5:36-5:37        But once the piece ends up in Europe,
5:37-5:40        then the gallery owners can
5:40-5:47        set their own price.
5:48-5:52        As a result, we earn almost nothing ourselves.
5:55-5:59        I could say that you can’t put a price on art.
6:00-6:04        But the artist must also benefit
6:04-6:06        from his work, from his rights.
6:07-6:10        Copyright, publication rights and so on.
6:11-6:16        We do not have any real sources of income.
6:17-6:20        We have no one who takes care of copyright,
6:22-6:30        nor a place where the artist’s fees
6:30-6:31        from his rights and works
6:31-6:33        can be collected.
6:34-6:37        This is down to our own lack of organisation.
6:38-6:39        It’s a bit of that.
6:41-6:43        When I see art
6:43-6:46        in books
6:46-6:47        it gives me pleasure.
6:47-6:50        When I see art in catalogues
6:50-6:53        then it’s encouraging.
6:55-6:57        In the sense that the European galleries
6:57-6:58        exhibit your works.
6:58-6:59        That’s very good.
7:02-7:04        There’s always a complementarity
7:05-7:07        for us, for African artists.
7:11-7:13        We’re not opposed to the
7:13-7:15        complementarity with gallery owners.
7:16-7:18        But we must also benefit
7:18-7:20        from our own creations.
7:22-7:23        That’s pretty much the problem.

Interviews door Sinzo Aanza: #6 Sim Simaro

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Sim Simaro & Jef Geys (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 6: Sim Simaro

English:

0:00-0:03        I’ll introduce myself:
0:03-0:08        Nsingi Ndosimao Simon
0:08-0:11        Alias: ‘Sim Simaro’,
0:11-0:13        ‘The Prophet of Popular Painting’.
0:13-0:16        That’s my slogan.
0:17-0:20        I practice popular painting.
0:20-0:22        I’m one of the great
0:23:0-26        popular painters from Congo.
0:27-0:29        Because popular painting began…
0:30-0:33        It began a long time ago,
0:34-0:36        in the time of our grandparents.
0:37-0:38        But it was not well known.
0:39-0:41        If it is well known today,
0:42-0:44        then it is thanks to us.
0:45-0:47        Today, people know that
0:47-0:49        popular painting exists.
0:50-0:52        And that is thanks to me.
0:52-0:54        I can list the colleagues with whom
0:54-0:55        I started popular painting
0:55-0:57        here in Kinshasa.
0:58-0:59        I am one of them.
0:59-1:00        There is also Chéri Samba,
1:00-1:02        Chéri Benga,
1:03-1:06        Bodo, Ange Kumbi…
1:08-1:12        And also Chéri Chérin.
1:12-1:13        Even though he is younger than us.
1:14-1:17        And a few more who came after us.
1:18-1:19        People like Matshuela.
1:20-1:21        There are literally too many of us
1:21-1:22        to list.
1:23-1:24        Sinzi is another one.
1:25-1:28        We are the ones who started popular painting,
1:29-1:30        as it is known today
1:31-1:33        in Kinshasa, and the whole world.
1:34-1:38        We are the professionals in this kind of painting.
1:40-1:42        As far as my work is concerned…
1:42-1:44        When I left school
1:44-1:46        I could not find work.
1:47-1:49        I didn’t know what to do.
1:49-1:51        But I said to myself that I
1:51-1:53        was actually good at drawing.
1:53-1:55        From when I was little, at school,
1:55-1:57        I was good at drawing.
1:58-2:00        I thought, ‘I have no work
2:01-2:04        but I am good at drawing’.
2:05-2:07        We were eating somewhere
2:07-2:08        on Avenue Bokasa
2:09-2:13        and I saw the writing, ‘Artista Pintor’.
2:13-2:17        Artista Pintor is a man who
2:17-2:20        makes murals.
2:21-2:23        He decorates signs.
2:24-2:27        I told him that I was also good at drawing
2:28-2:30        and asked him if
2:30-2:34        I could be his apprentice
2:34-2:38        in order to build a future for myself.
2:39-2:43        He said that I could certainly come
2:43-2:45        and learn something from him.
2:45-2:48        So I helped him, for example,
2:48-2:50        at the textile manufacturer Utex Africa.
2:50-2:53        Sometimes we worked nights
2:53-2:54        and I came to the studio during the day.
2:54-2:56        I followed him everywhere he went to decorate walls
2:56-2:58        or went to make stamps.
2:58-3:01        Or illuminated signs.
3:03-3:07        So I already made sketches for him,
3:07-3:11        of animals, of dilemmas, of the mermaid …
3:12-3:14        I did that for a year.
3:15-3:17        Then his business went bust.
3:18-3:20        I didn’t want to stay idle.
3:21-3:22        So I built a shed.
3:22-3:25        And on the wall I painted a drawing
3:26-3:28        of myself as a needy person,
3:29-3:33        begging for charity.
3:34-3:35        Many people came to ask,
3:35-3:38        ‘Where does that poor wretch come from…?’
3:38-3:41        So many people came
3:42-3:43        that it became bothersome.
3:44-3:46        Many young people from Kingasani
3:47-3:48        also begged me:
3:48-3:50        ‘Give me the mermaid’s powers!’
3:50-3:52        I said, ‘But I don’t have them!’
3:52-3:54        ‘They’re just drawings.’
3:54-3:56        For me the mermaid is just beautiful to draw.
3:57-3:59        It’s a beautiful girl, that’s all.
3:59-4:01        That’s the only reason why I draw her so often.
4:02-4:03        But I don’t have her magic powers.
4:04-4:06        The women from the street
4:07-4:09        come and help me with their beauty
4:09-4:10        to draw the mermaid.
4:10-4:12        In a positive sense.
4:12-4:14         As regards my work…
4:15-4:17        I mainly work with oil on canvas.
4:17-4:19        And acrylics.
4:19-4:21        That is my technique.
4:21-4:24        Sometimes one part in oil paint and another in acrylic
4:24-4:26        but always on canvas.
4:29-4:33        I really love everyday themes.
4:33-4:35        So a variety of themes.
4:36-4:38        Markets, for example.
4:39-4:40        There are always lots of people there.
4:41-4:44        Like one of my drawings that’s now being exhibited.
4:44-4:46        ‘The atmosphere at Kinshasa’s central market’
4:47-4:49        I often draw the bustling scene
4:49-4:51        on the central market in Kinshasa.
4:52-4:54        The beautiful things that
4:55-4:56        people buy and sell.
4:57-4:59        And then a thief that is stealing there!
5:00-5:03        Before he steals, he prays to God.
5:04-5:06        ‘God, help me.’
5:06-5:07        ‘I’m about to steal.’
5:07-5:12        ‘Help me and I will donate part of it to the priest.’
5:13-5:17        So thieves who pray when they steal.
5:18-5:23        I don’t know if God actually helps thieves.
5:24-5:25        Because God is great.
5:25-5:29        Does he actually allow that?
5:30-5:36        But I draw that, because I see them doing it.
5:37-5:39        I often draw animals too.
5:40-5:46        Like in my work ‘Animal Football’.
5:47-5:50        I enjoy that.
5:50-5:53        So I make the animals play football.
5:54-5:56        I give it the title:
5:56-5:58        ‘The rules have to be amended.’
5:59-6:00        Because the arbitration doesn’t always run smoothly.
6:02-6:04        The referee is only human.
6:04-6:06        He has his feelings.
6:07-6:08        In some cases I don’t agree with him.
6:09-6:10        It would be better if the referee was electronic
6:10-6:12        or a robot.
6:13-6:15        With a human, the feelings are too dominant.
6:16-6:18        He can wrongly whistle for offside.
6:18-6:19        That’s why I have created that work.
6:20-6:24        So that is what I, Sim Simaro,
6:24-6:26        can briefly say today.
6:27-6:29        If you can come again
6:29-6:30        I’ll tell you the rest.

Interviews door Sinzo Aanza: #5 Chéri Benga

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 1): Chéri Benga (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 5: Chéri Benga

English:

00:06               My name is Chéri Benga, I’m a painter 00:10/
00:12               I’ve been in this profession a long time 00:15
00:16               It’s already been thirty-five years 00:20/
00:21               since I started doing this professionally 00:22/
00:23               I’m self-taught 00:25
00:26               The work that I make 00:27
00:27               isn’t something that I learned at school 00:28/
00:30               At school, I followed other subjects 00:34/
00:35               But to become a painter 00:36
00:37               I consulted the elders 00:39
00:40               in order to learn from them 00:41
00:42               how to make the paint solution  00:46
0046:               and how to develop the drawing. 00:51/
00:54               I learnt everything from the elders in 1977. 01:01/
01:02               I went to study with someone who was more experienced. 01:03
01:03               His name was … 01:05
01:05               … on his panel he wrote Publi-Kubama 01:10
01:10               the ‘Publi’ stands for publicity. 01:12
01:13               He was an advertiser 01:14/
01:15               who didn’t make drawings 01:16
01:16               but publicity. 01:17
01:17               Advertising murals, stamps 01:20
01:21               portraits and silkscreens. 01:25/
01:26               Since then, 01:27
01:27               I’ve been developing 01:32
01:33               my own art 01:34
01:35               Even when I reached the same level, … 01:38
01:39               I still continued to work with these artists 01:41
01:42               but I was talented 01:42
01:43               and the best draughtman in the workshop. 01:51/
01:54               I then learned 01:57
01:57               the techniques of advertising murals, 01:58
01:59               silkscreen printing 02:02
02:04               and how to make stamps. 02: 06 /
02:07               That’s why, after three years, 02:11
02:12               I was able to set up my own studio. 02:13
02:14               This was in… 1979. 02:19
02:20               I started my own studio in 1979. 02:23
02:23               Back then, we were called naive painters. 02:28
02:29               Street painters, so not real painters. 02: 36 /
02:37               But around that time,
Badibanga Nemwina, 02:40
02:40               an art critic, 02:41
02:42               convinced us, 02:44
02:44               the popular painters, 02:46
02:46               to have an art exhibition. 02:48
02:49               So that we’d be recognised 02:50
02:50               as painters. 02: 52/
02:52               The exhibition was a great success 02:56
02:57               and the value of our work 02:58
02:58               and of us, as painters, became clear. 03: 01/
03:02               Now even the academics recognise 03:07
03:07               us as visual artists 03:09
03:10               We are all visual artists 03:12
03:12               and recognised as masters. 03:17
03:18               As artists, we work without problems 03:19
03:19               We can now assert ourselves 03: 21/
03:23               We quietly practice our profession 03:26
03:27               and thanks to God 03:29
03:29               we continue, to this very day, 03:31
03:31               to participate in exhibitions abroad. 03: 33/
03:37               We make our work here 03:39
03:40               but our clients are often foreigners 03:44
03:44               as are the collectors. 03:46
03:47               Only the whites appreciate 03:48
03:48               the value of our paintings. 03: 50/
03:51               Locally, it’s more difficult. 03: 53/
03:53               In the beginning, we sold to local clients 04:01
04:01               but at very low prices. 04:04
04:05               The white clients 04:06
04:06               have really valorised our works. 4:08
04:09               We now sell them at higher prices, 04: 11/
04:12               to the extent that 04:13
04:13               Congolese paintings are bought up 04:20
04:21               and resold to whites. 04:23/
04:24               This is why there are almost no paintings left 04:27
04:27                in the houses around here. 04:29
04:30                  Intermediaries purchase them 04:36
04:36               to resell them to whites. 04:37/
04:38               This has helped to elevate our art. 04:41/
04:32               But we’ll sometimes  04:33
04:33               have problems 04:45
04:48               with certain customers. Some customers 04:52
04:55               will suggest working together. 04:57
04:57               But usually we have problems 04:58
04:58               with whites, and especially with collectors. 05:03
05:03               But we always solve these problems. 05:09
05:10               These are our biggest issues. 05:13/
05:14               We occasionally have problems with gallery owners in Europe 05:17
05:18               to whom we send paintings for sale. 05:19
05:20               The money transfer is sometimes a problem. 05:26
05:30               Yet this remains our profession. 05:32
05:32               We certainly can’t give up. 05:33
05:33               We must continue to practice 05:36
05:37               so as to guide and encourage our young people. 05:43
05:43               We must encourage the young people 05:47
05:47               to continue and make progress. 05:49/
05:50               There aren’t many of my colleagues left any more, 05:52
05:52               a lot have already died. 05:53
05:53               But there’s a handful still left. 05:55
05:55               We, the popular painters, 05:56/
05:56               have to persevere 05:58
05:58               so that young people will continue the profession 06:02
06:02               and so that popular art doesn’t disappear 06:06
06:06               and will continue to advance. 06:11
06:12               That’s what I had to say. 06:16

Interviews door Sinzo Aanza: #4 Bienvenu Nanga

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Bienvenu Nanga & Daniel Toya (c) Kristien Daem

Sinzo Aanza is cocurator van de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’. Hij interviewde acht kunstenaars die leven en werken Kinshasa en wiens werk in langdurige bruikleen in Mu.ZEE aanwezig is. De gesprekken gaan voornamelijk (gedeeltelijk) door in het Lingala omdat dit de kunstenaars toelaat op een vrijere manier te spreken over hun werk. Voor de vertaling werkt Mu.ZEE samen met Universiteit Gent. De acht interviews zullen allemaal beschikbaar worden gemaakt via deze blog.

# 4: Bienvenu Nanga

English:

00:00    My name is Bienvenu Nanga. 00:01
00:02    I am a sculptor and marketeer. 00:04
00:04     I studied sculpture 00:06
00:06     at the Academy of Fine Arts. 00:07
00:07     But I interrupted my studies 00:08
00:08     to learn on the job. 00:09
00:09    So in fact I’m self-taught 00:10
00:11    in sculpture. 00:12/
00:15     In the beginning 00:16
00:16     I worked via recycling. 00:20
00:20     I repaired unused objects. 00:21
00:25    But beyond that 00:27
00:27     I also do many other things: 00:29
00:30     wooden sculptures, 00:32
00:32    different types of sculptures. 00:34
00:35    Through art I give expression 00:36
00:37     to everything that happens in society. 00:38
00:39     I also have many other sources of inspiration. 00:43
00:44     I’m not set in my ways, 00:46
00:46     I always have lots of ideas. 00:52
00:52    I can’t realise them all 00:53
00:54    due to a lack of resources. 00:58
00:59     I have lots of ideas 01:00
01 :00    for making sculptures. 01 :01
01 :01   I draw inspiration from everything, 01 :05
01 :05   wherever I may be: 01 :06
01 :06   in the woods, … I literally work everywhere. 01 :10
01 :10    On wood, on metal, on rubber, and so on. 01 :16
01 :16   Actually I work on everything. 01 :26
01 :28   I also make animated sculptures, 01 :30
01 :31   moving elements. 01 :32
01 :32    That’s what interests me now. 01 :34
01 :34   It’s not yet popular here. 01 :37
01 :37    The Swiss do it often, 01 :40
01 :40    like Jean Tinguely… 01 :44
01 :45    there’s also Panamarenko in Belgium. 01 :50
01 :51   Those sorts of sculptures are what I like making most. 01 :53/
01 :53    There are various ideas in them. 01 :55
01 :55    I have developed a project: 01 :57
01 :57    a concert of robots… 01 :59
01 :59    moving robots perform the concert, 02 :00
02 :00    with me on guitar. 02 :04
02 :05    That is the project 02 :06
02 :06    that I’m soon going to present. 02 :08
02 :08    I still need to find a place for it. 02 :10
02 :10    Another project is called langard. 02 :12
02 :13   Langard is an artistic language 02 :14
02 :14   where moving structures 02 :16
02 :16   are projected onto a wall. 02 :18
02 :18   They move a lot. 02 :20
02 :21   There are lots of projects to realise 02 :22
02 :22   but we don’t have any resources. 02 :28
02 :29   Copyrights are a problem in Congo. 02 :32
02 :33   It is so complicated… 02 :34
02 :34   that we no longer count on it. 02 :41
02 :43   I have made robots to order 02 :46
02 :46   for a French collector, 02 :48
02 :48 André Magnin. 02 :49
02 :49   He ordered robots … 02 :55
02 :57   and UFO’s. 02 :58
02 :58   In the beginning he ordered occasionally, 03 :02
03 :03   then his interest grew. 03 :11
03 :11   Then I had to make robots all the time 03 :12
03 :12   and the orders became more regular, 03 :14
03 :14   up to the point when I even had to decline them. 03 :16
03 :17   And because some of my pupils 03 :19
03 :19   had also learned to make robots 03 :22
03 :23   I avoided competing with them. 03 :25
03 :26   There is more to do than just making robots. 03 :29/
03 :29   But I did find making robots exciting 03 :35
03 :36   and also it was a French commission. 03 :38
03 :40   I did enjoy making robots 03 :41
03 :41   because it kept me active. 03 :42
03 :44   I can make 5 to 10 per week. 03 :48
03 :48    I have made so many. 03 :50
03 :50   Now I make fewer robots 03 :52
03 :52   in order to have more time for other projects, 03 :55
03 :55   not yet executed by others. 03 :59
03 :59   That’s coming. 04 :07
04 :08   I’d like to be able to implement 04 :10
04 :10   all my projects. 04 :15
04 :16   Because I have quite a few in mind. 04 :19
04 :19   But I have no resources to develop them. 04 :21
04 :22   With my own resources I can’t do anything. 04 :29
04 :30   I have many important ideas, 04 :35
04 :35   beautiful projects. 04 :38/
04 :41   It would be better 04 :43
04 :43   if in our country, 04 :47
04 :47   like in other countries, 04 :48
04 :48   exhibitions would be organised. 04 :54
04 :54   We do see exhibitions abroad, 04 :56
04 :56    and that hurts. 05 :01

‘Wanneer we spreken over kolonisatie’: boekclub 30.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Op 30 juni 2018 analyseren en bespreken vijf Belgische Afro-descendant dekoloniale denkers de teksten uit de publicatie. Deze boekclub is mede samengesteld door Laura Nsengiyumva.

Uit de boekrecensie van De Wereld Morgen (11.3.2018):

“Uit de inleiding van het boek volgende verantwoording: “Nederlandstalige publicaties zijn er van antropologe Bambi Ceuppens en historicus Mathieu Zana Aziza Etambala. Beiden hebben een Congolese achtergrond, wonen in België en zijn actief betrokken in het hedendaagse postkoloniale debat in Vlaanderen. Zij zijn echter niet opgeleid en werkzaam aan een Congolese universiteit.” Voor het overige wordt de hedendaagse geschiedschrijving over Congo nog steeds bepaald door een groep witte Belgische mannen: Filip De Boeck, Lucas Catherine, Jef Geeraerts, Marc Hoogsteyns, Guy Poppe, David van Reybrouck, Marc Reynebeau, Guy Vanthemsche, Peter Verlinden, Rudi Vranckx en Ludo De Witte. Dit boek erkent de waarde van het werk dat deze personen hebben verricht en nog steeds verrichten (maar zijn er ook kritisch over). Toch kunnen de redacteurs van dit boek niet buiten de onaangename vaststelling “dat er in het huidige debat in Vlaanderen geen of nauwelijks plek is voor de Congolese stem”. De gevolgen zijn bekend. Vlamingen weten nog veel minder over het koloniale verleden dan hun Franstalige landgenoten. Er zijn “geen boeken van Congolese historici aanwezig op Vlaamse scholen”.”

“België heeft in feite nog altijd zijn koloniale en postkoloniale verantwoordelijkheid niet erkend. In het onderwijs komt die periode zo goed als niet aan bod. Vraag eender welke jonge Vlaming op straat wat de namen Patrice Lumumba of Mobutu Sese Seko hem/haar zeggen. De onwetendheid is enorm en dat is niet goed. Wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd om ze te herhalen. Hoe degelijk deze historische bijdragen zijn kan de lezer zelf beoordelen. Eén ding staat vast: het wordt dringend tijd dat de Congolese stem over de koloniale en postkoloniale periode wordt gehoord in Vlaanderen. Daar is dit boek een goed startpunt voor.”

Hana Miletic in Mu.ZEE en Wiels

Tentoonstellingszicht ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ (episode 3): Hana Miletic, White linen and acrylic, cream viscose and nylon, 2016 (links) (c) Kristien Daem

Hana Miletic presenteert haar werk tot 12 augustus 2018 in Wiels te Brussel. Het is het resultaat van samenwerkingen met weefateliers en reflectie over zorgzaamheid. In kapitalistische en patriarchale systemen wordt zorgwerk vaak ondergewaardeerd. Door co-creatie en onderzoek naar sociale netwerken, focust Miletic op subjectiviteit en engagement. In het kader hiervan organiseert Wiels ook verschillende activiteiten zoals lezingen, performances, filmvertoningen en workshops.

Meer info

Bloggers van ‘Oostende Ontdekt’ bezoeken Mu.ZEE

In het voorjaar van 2018 startte een groep jongeren met een migratieachtergrond de blog ‘Oostende Ontdekt’ in samenwerking met FMDO. Ze gaan samen de straat op om Oostende en haar inwoners beter te leren kennen. Op 23 mei 2018 brachten de bloggers een bezoekje aan Mu.ZEE. Curator Ilse Roosens gaf hen een rondleiding doorheen de verschillende tentoonstellingen.

Lees hun verslag en bekijk de foto’s op Oostende Ontdekt!