Wanneer we spreken over kolonisatie: salongesprek 9.6.2018

In juni 2018 organiseert Mu.ZEE in samenwerking met het kunstenaarsduo Vesna Faassen en Lukas Verdijk – oftewel publieke acties – een traject rond de publicatie ‘Wanneer we spreken over kolonisatie’ (2017). Dit boek is de eerste Nederlandstalige bundeling van teksten over de kolonisatie geschreven door Congolese historici, opgeleid en werkzaam in de DR Congo. Tijdens het panelgesprek op 9 juni 2018 spreken Nadia Nsayi en Ludo De Witte over de (mogelijke) toekomst van een wereld zonder kolonisatie. Dit gesprek is gemodereerd door KifKif.

Wat is kolonialisme? Bestaat kolonialisme anno 2018 nog? Welke gevolgen heeft het kolonialisme voor onze dagelijkse praktijk? Wat is dekolonisering? Is er een wereld mogelijk zonder kolonialisme? Na een inleiding over het boekproject gaan Nadia Nsayi en Ludo De Witte tijdens het salongesprek in op deze vragen. Vervolgens is er ruimte voor een vragenronde vanuit het publiek.

Nadia Nsayi is sinds 2010 beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi Vlaanderen en de ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen. De focus van haar werk ligt op vrede en inspraak in Congo met bijzondere aandacht voor de hoofdstad Kinshasa en de conflictzones Noord- en Zuid-Kivu. Daarnaast volgt ze ook de situatie in de buurlanden Rwanda en Burundi op.

Ludo De Witte is socioloog en auteur van Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde (2017), Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (2014), Wie is bang voor moslims (2004) en De moord op Lumumba (1999).

Een fotoverslag door ‘Publieke acties’:

Verslag: lezing door dr. Bambi Ceuppens op Erfgoeddag in Mu.ZEE

Dr. Bambi Ceuppens is antropologe en werkt mee aan de hervorming van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Naar aanleiding van de Mu.ZEE-tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ gaf Bambi Ceuppens op Erfgoeddag een lezing over het dekoloniseren van het museum. Vervolgens ging ze in gesprek met Phillip Van den Bossche, artistiek directeur van Mu.ZEE, over collectievorming en –presentaties. Welke rol speelt de ontstaansgeschiedenis van een collectie en hoe kan een weloverwogen collectie- en presentatiebeleid een hedendaagse en maatschappelijke relevantie nastreven?

Een verslag door stagiaire Saar Vandeweghe:

Bambi Ceuppens is doctor in de antropologie en verbonden als wetenschappelijk onderzoeker aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. De lezing die ze tijdens de zonnige Erfgoeddag gaf in Mu.ZEE handelde rond de dekolonisatie van het museum. Vaak zit er meer koloniale oorsprong in het museum dan men op het eerste zicht ziet. In het KMMA is de koloniale periode uiteraard heel nadrukkelijk aanwezig, maar ook hier in de stad Oostende heeft de koloniale politiek van Leopold II vooral dan op architecturaal vlak zijn stempel nagelaten. Het KMMA is reeds gesloten sinds 2013 omdat er een grote nood was aan een inhoudelijke herziening van de permanente tentoonstelling en een grondige renovatie van de infrastructuur. Dr. Ceuppens gaf toe dat die dekolonisatie een uiterst moeilijke oefening is, ook al omdat de beslissing over wat mag aangepast worden niet noodzakelijk in handen ligt van de wetenschappers. Een belangrijke factor in het proces van dekolonisatie is het aantonen dat Afrikanen meer zijn dan louter passieve slachtoffers of “ontvangers van beschaving” maar dat ze actieve subjecten zijn die mee hun eigen geschiedenis vorm hebben gegeven. Afrika leeft en het museum moet een poging doen om de nieuwe tendensen mee te geven aan de bezoekers. Het hedendaagse Afrika vertolken met bijna uitsluitend koloniale collecties, is dus een grote uitdaging.

Het betoog van dr. Ceuppens was zeer verhelderend en informatief. We moeten beseffen dat musea ook veranderende instellingen zijn. De wereld gaat verder, de tijd staat niet stil en het zou absurd zijn mochten musea dit wel doen. Het dekoloniseren vergt dus vooral van een museum dat de collecties en het beleid zich verhouden tot de maatschappij waarin ze functioneren. Een kritische reflectie op de collecties en het aankoopbeleid is dus een belangrijke stap richting een gedekoloniseerd museum.

Het wordt hoog tijd dat we eens een kritische blik werpen op de gevestigde kunstcollecties die wij als zeer neutraal beschouwen. Een van de meest gevierde stijlen in ons land, de art nouveau, maakte massaal gebruik van rijke materialen zoals ivoor en mahoniehout, die ze verkregen uit de kolonies. Helaas zijn daar zelden vraagtekens bij geplaatst.

Verder merkt dr. Ceuppens ook op dat er zich een mentaliteitsverschuiving voordoet onder het publiek. Zelfs de allerjongste bezoekers staan steeds minder positief tegenover bijvoorbeeld opgezette dieren in het museum. Zo’n grote olifant is een stuk minder charmant eens je weet dat hij het loodje heeft gelegd speciaal voor zijn plekje in het museum. Bezoekers zijn de laatste jaren ook veel beter geïnformeerd, ze komen het museum binnen met een rugzak vol kennis. Die kennis zou dr. Ceuppens ook graag geïncorporeerd zien in het museum. Met andere woorden, een conversatie aangaan met het publiek en een uitwisseling van kennis tot stand brengen.

Nagesprek met dr. Bambi Ceuppens en Phillip Van den Bossche