Reactie op blogpost van André Baert door Ilse Roosens

Ilse Roosens, curator in Mu.ZEE, en André Baert, gids bij Mu.ZEE en auteur van de nieuwsbrief CultuurContaCt, besloten in dialoog te gaan naar aanleiding van het panelgesprek ‘Naar een inclusieve kunstscène’ op 17 juni 2018 in Mu.ZEE met Mathieu Charles, Sophie Feyder, Anne Marie Ange Sibi en Simone Zeefuik. Hieronder lees je de brief van Ilse Roosens als reactie op de blogpost door André Baert (verschenen op 15 juli 2018, lees het hier).

Beste André

Eerst en vooral wil ik je bedanken voor deze dialoog. Het is ontzettend belangrijk om naar elkaar te luisteren en ik vind het dan ook fijn dat we allebei de tijd nemen om elkaars ideeën te lezen en erover te reflecteren. We woonden allebei het panelgesprek met Mathieu Charles, Sophie Feyder, Anne Marie Ange Sibi en Simone Zeefuik bij op 17 juni 2018 in Mu.ZEE. Er werden persoonlijke ervaringen met ongelijkheid gedeeld en er werd ook nagedacht over de toekomst. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze instellingen inclusief zijn en niet enkel een weerslag zijn van de witte patriarchale maatschappij? Hoe kan hier op verschillende niveaus in de instellingen aan gewerkt worden?

Ik had de indruk dat er heel wat ideeën zijn over hoe we ons denken kunnen aanpassen en ook effectief wijzigingen kunnen doorvoeren – ook al ontbrak de tijd om er uitgebreid op in te gaan – en dat elke wijziging in de goede richting als vooruitgang wordt ervaren. Het is belangrijk om ons te realiseren dat dit een denkproces is dat nooit zal voltooid zijn: we moeten onszelf tot in het oneindige blijven bevragen. Ik vind het daarnaast ook belangrijk dat er persoonlijke stemmen aan bod kwamen. Het hoeft geen taboe te zijn dat, bijvoorbeeld, de verwachtingen en benaderingen ten opzichte van mensen van kleur verschillend zijn van die tegenover witte mensen. Kortom, ongelijkheid is ingebakken in de samenleving en het is aan ons allen om te reflecteren over de patronen die zich voordoen en werk te maken van openheid en inclusiviteit.

Wanneer je schrijft dat de panelleden “zichzelf te veel als historisch en te weinig als renoverend zien”, kan ik me daar niet echt in vinden. Simone Zeefuik heeft bijvoorbeeld via ‘Decolonize the Museum’ heel wat museale instellingen laten stilstaan bij hun werking, waardoor er enorm ingrijpende wijzigingen werden doorgevoerd op vlak van presentatie en publiekswerking. Vanzelfsprekend moet er dan worden gekeken naar de geschiedenis, maar de hervormingen vinden plaats in het hier en nu en hebben een belangrijk effect op heel wat (potentiële) museumbezoekers en artiesten vandaag. Je schrijft ook dat de sprekers meer moeten nadenken, eerder dan kwaad te zijn. Ik denk echter dat het kwaad zijn net het gevolg is van het nadenken. Je verwijst hen door naar een psycholoog-analist, maar dat lijkt me volledig naast de kwestie en eerlijk gezegd niet heel eerbiedig. Ik denk dat we allemaal wel eens kwaad mogen worden wanneer we geconfronteerd worden met ongelijkheid – slachtoffer of niet. Inderdaad, er zijn projecten die onrecht willen aankaarten en ongetwijfeld dus goed zijn bedoeld, maar toch niet door iedereen van het panel worden bejubeld. Als sommige projecten individuen monddood maken, reduceren tot slachtoffers, arme hutbewoners of mensen met ‘vreemde’ of ‘afwijkende’ overtuigingen, moeten we dit dan accepteren omdat de maker wel goede intenties had? Moeten we niet voornamelijk oog hebben voor de uiteindelijke boodschap die we meegeven en zoveel als mogelijk mensen betrekken in het maakproces? Moeten we niet gewoon de norm in vraag stellen?

Je oproep naar academici, museumdirecteurs en curatoren om deel uit te maken van het gesprek verbaast me. Het is toch net deze groep die het woord heeft? Is het niet belangrijker om net een platform te geven aan mensen die nog maar al te zelden gevraagd worden om hun visie te geven? Persoonlijk ben ik benieuwd naar verhalen die geen herkauwing vormen van het witte patriarchale maatschappijbeeld dat ons van overal als een evidentie wordt opgedrongen. (Daarmee bedoel ik trouwens niet dat enkel/alle witte mannen dit beeld verkondigen. Het is een sterk doorgewinterde visie waarin het wel voornamelijk witte mannen zijn die zeggenschap hebben en geloofwaardigheid toe-eigenen. Daar kan een opvoeding in een omgeving vol vrouwen dus niet altijd een invloed op hebben (cf. alinea 4 uit je tekst).) Wat me overigens ook opviel is het taalgebruik. Door telkens ‘een Afrikaan’ en ‘de zwarte’ te schrijven, klinkt het alsof het niet over mensen gaat. En die menselijkheid en verbinding is net heel essentieel.

Om af te sluiten voegde je nog enkele citaten toe. Doordat de context is weggevallen is het moeilijk om te weten wat ze oorspronkelijk betekenden, maar hier in afzondering vroeg ik me af waarom je ze uitkoos.

- “Elke ontwikkelingsinterventie in een arme gemeenschap zorgt voor conflicten.” Dit citaat is in al haar isolatie wel erg problematisch. Het woord ‘ontwikkelingsinterventie’ is ten eerste al zeer dubbel (wat betekent ‘ontwikkeling’, wie ontwikkelt wie en waarom, wat voor soort interventie kunnen we ons hierbij voorstellen …?), en ten tweede zijn conflicten relatief (het is een vaag begrip) en veelvoorkomend (zijn ‘ontwikkelingsinterventies’ al niet bedoeld om bepaalde conflicten op te lossen?). Tegelijkertijd heeft dit niets te maken met de rest van je tekst, dus vroeg ik me af wat het in deze context betekent.
- “De ommekeer zal van de Congolezen zelf moeten komen … politieke leiders, opiniemakers en kunstenaars moeten het volk informeren, inspireren en mobiliseren voor een ‘Congolese droom’.” Ook hiervan ben ik benieuwd naar de reden waarom je het hebt toegevoegd aan je tekst. Is nationalistisch denken inspirerend? Is het ‘het Congolese volk’ dat de politieke situatie in Congo beheerst? Hoe zie jij een verband tussen dit citaat en het dekoloniseren van de geesten?

Uitkijkend naar jouw reactie,

Hartelijke groet

Ilse

Een bezoeker blogt: André Baert

André Baert, gids in Mu.ZEE en auteur van de nieuwsbrief CultuurContaCt blogt over het panelgesprek ‘Naar een inclusieve kunstscène’ op 17 juni 2018 in Mu.ZEE met Mathieu Charles, Sophie Feyder, Anne Marie Ange Sibi en Simone Zeefuik:

ZICHZELF EN DE ANDER BEVRAGEN

Reflecteren is een mooier woord. Het is dan interessant informatiebronnen aangereikt te krijgen. Van vrienden bijvoorbeeld, zoals de regelmatige facebook-nota’s van William SWEETLOVE[1] die overal correcte bronnen zoekt als kader rond en voor zijn geëngageerd werk.

Specifiek op de Franse toestand, een beetje in de Charlie Hebdo[2] & Le Canare Enchaîné[3]-stijl: https://www.facebook.com/lavraiedemocratie/

Reflecteren heeft veel bronnen nodig, maar ook een plotse zin kan wonderen doen. Ik zit al maanden met een uitspraak van Mu.ZEE-directeur Philip VAN DEN BOSSCHE in mijn maag (positief!): “De dekolonisatie van de geest.” En wat daar zo allemaal aan vasthangt. Dat wil ook zeggen dat iedere gedachte opnieuw ontleed moet worden naar haar oorsprong. Om het actueel te houden: Europa (België en Oostende) en Sub Sahara Afrika[4], man en vrouw in het genderverhaal, de mix van zintuigen en hersenen, … Voer voor zetelgesprekken met een van de kinderen of luisteren in Mu.ZEE naar panels die van wanten weten.  We houden het even bij Noord-Zuid, zoals dat in oude gemeentehuizen nog genoemd wordt.

Mu.ZEE Panelgesprekken n.a.v. Dialoog-presentatie Oostende-Kinshasa.

Dit is geen verslag van een gesprek, maar de elementen die bij na-gebleven zijn nà zowel kijken als luisteren in Mu.ZEE. Hoe persoonlijk wordt een museumbezoek!?

Ik zit (voel me) een beetje gewrongen. Enerzijds is er de terechte strijd voor gelijke rechten. Zal slagen. Anderzijds is er de strijd met terugwerkende kracht. Dat wil zeggen: strijden op een fond van wat verkeerd was en dus een rem is op het toekomstbeeld. De rem van inhaaloefeningen, revanche, zichzelf teveel als historisch en te weinig als renoverend zien. Bon: een persoonlijke struikelblok waar ik – zeer ruimdenkend door vrouwen opgevoed want uit zeeliedenfamilie – mee ‘worstel.’ Wanneer de dames in een panel uitvliegen over de tentoonstelling in het SMAK (Verlust der Mitte)[5] waar vluchtelingen tussen cobrakunstwerken worden geplaats en een Congolees dorp wordt ‘na-gebouwd,’ dan voel ik mijn ‘jonge, sterke maar rondzichslaande zin in confrontatie’: de essentie van die tentoonstelling was aanzetten tot nadenken. Het resultaat in dit panel is: boos zijn. Er moet dus meer ‘nagedacht’ worden! En vooral: Zichzelf Bevragen.

Vragen stellen gaat altijd veel verder dan deugddoend uit je buik foerten. Je kan dat bloklettereren. De feiten zijn er. De vraag is hoe die feiten nu gehanteerd worden. Twee mogelijkheden: actief en dus met af en toe een bluts of een fout. Of doordacht, vaak weinig dynamisch en met een gevoel van voor-je-uit-duwen. (een beetje als deze tekst en het ganse idee van de nieuwsbrief.) Hoe zou ik reageren op een aantal feiten in mijn eigen omgeving? Voor mij is dat eenvoudig: naar de psycholoog-analist gaan. Dan weet ik de invalshoek, de fundering en de gevolgen. Maar het duurt wel wat. Vraag is dan nog: ga je daarna berusten of ageren? Daarbij stel ik me nog altijd de vraag of een historisch beeld met een verkeerde oorsprong of verdoken boodschap moet blijven staan. Ja, op voorwaarde dat die dubbele bodem aangetoond wordt. En dan nog zijn die afgehakte handen niet het ergste; er is de schade aan het vrije denken van de nazaten van die slachtoffers. Iets is altijd de aanleiding tot veel meer.

Niet alleen een geïnteresseerd en betrokken panel moet spreken. Ook de academici en in het verlengde daarvan de museumdirecteurs en  curatoren. Daarover ook een artikel van Ignaas DEVISCH  in De Standaard. Een fragment waarin dat éne belangrijke woordje ook staat: “Universiteiten zijn opgericht als vrijplaatsen om zonder dogma’s na te denken, te exploreren en vooruit te kijken. Ingaan tegen de heersende macht hoort daarbij. Die cruciale stap in onze geschiedenis heeft zeker op het Europese continent geleid tot meer openheid en bespreekbaarheid van bestaande denkbeelden. Wetenschappers leren namelijk in de eerste plaats zichzelf te bevragen: ben ik juist? Klopt mijn theorie? Is er geen ander perspectief mogelijk? Heb ik de feiten juist geïnterpreteerd? Die vragen zijn in een publiek debat net zo van belang.” (Devisch, 2018)

BEVRAGEN

Zo’n publiek debat wordt dus vaak georganiseerd in Mu.ZEE Oostende.  Zeker naar aanleiding van de presentatie “Een gesprek tussen de collecties van KINSHASA en OOSTENDE”[6]  die nog loopt tot eind september. De werken worden af en toe vervangen en er loopt tegelijkertijd in de museale opstelling een filmprogramma. We hebben niet alle gesprekken kunnen volgen.

Toch enkele accenten:
- Is iets beter of is iets meer relevant?
- Foto’s met een koloniale inhoud presenteren met een tekstuele historische kadering, mag (moet niet) kritisch zijn.
- Met de geschiedenis van de fotografie (circa 1870) is er zelden werk door een zwarte fotograaf over zwarte onderwerpen. Vaak is het zoiets als zichzelf als rijke fotograferen.
- In het uitwerken van een bepaalde geschiedenis zie je nog de invloed van de witte leraar.
- Stel dat een Afrikaan iets terugkrijgt, stel dan de vraag: waarom krijgt hij het terug? Schuldgevoel?
- Het lichaam is je eigen geschiedenis.
- Hoe ver gaat ‘the white guilt’?
- Kleur wil zeggen: je kan alles dat niet wit is begrijpen. Voor wie maak je een expo over Congo? Voor de witte of de zwarte? Moet de zwarte daarom persé een directeur van de instelling zijn? Delegeren kan ook?
- (Ik) Hoe zwart moet zwart dan zijn? Wat met zwart die nooit in zwart-Afrika geweest is?)
- (Phillip)Wanneer toon je iets, wanneer stop je het weg? Toon je geschiedenis.
- (Ik) Waar ligt de grens tussen begrijpen en vergeten als in vergeten nà begrijpen?
- Proberen tot je ergens kan aan-haken.
- Groeien in een dialoog.

Geprivilegieerd Denken

Ilse ROOSENS staat als wetenschappelijke medewerker van Mu.ZEE heel dicht bij dit project. Haar reactie op bovenstaande oplijsting: “Dat het over ‘schuld’ zou gaan, lijkt mij een projectie van buitenaf, het gevolg van een verleden dat we nooit hebben leren verwerken. Ik denk dat we enkel kunnen luisteren naar de ervaringen van iedereen die met ongelijkheid is geconfronteerd geweest (dat kan ook als geprivilegieerd persoon) en daar iets mee proberen te doen. Het woord ‘wit’ wordt dan ook niet gebruikt om iedereen die wit is te viseren. Het is een uitdrukking om een soort van denken aan te kaarten, je zou het ook geprivilegieerd denken kunnen noemen. Met schuld lossen we niets op, het gaat over hoe we vandaag omgaan met ongelijkheid en hoe we bepaalde groepen mensen framen, terwijl we anderen als neutraal zien. Over beseffen dat heel wat mensen omwille van hun identiteit niet tot de zichtbare groep behoren, minder kans maken op inhoudelijke of leidinggevende jobs of op een platform voor de eigen praktijk. En dan stellen wij ons de vraag hoe wij (als museum) wel open kunnen staan voor visies die niet deel uitmaken van dat geprivilegieerd denken zodat we uit onze kleine bubbel kunnen treden en kunnen bijleren. Ik denk aan alternatieven op het eurocentristische (westen als overwinnaar) en kapitalistische (investeren en winst maken ten koste van de omgeving) vooruitgangsdenken (het geloof dat de mens en de samenleving vooruitgaat en beter wordt)

In de goede traditie van de Nieuwsbrief, geven we tenslotte nog wat zinnentjes mee waarover je kan nadenken. Ze komen allemaal uit MO* waarin een catern over dekolonisatie. Debken jullie even mee?

- Elke ontwikkelingsinterventie in een arme gemeenschap zorgt voor conflicten.[7](MO*, 2017)
- De ommekeer zal van de co,ngolezen zelf moeten komen… politieke leiders, opiniemakrs en kunstenaars moeten het volk informeren, inspireren en mobiliseren voor een ‘Congolsese droom.’(MO*, 2017)
- “Alles wat je voor mij deed, maar zonder mij, deed je tegen mij.” Ghandi.(MO*, 2017)

André Baert


Geciteerde werken:

Devisch, I. (2018, juni 19). Publiek debat is van iedereen. De Standaard, opinie & analyse, p. 38.

MO*. (2017, herfst). Over Dekolonisatie. MO Mondiaal Magazine, 125.

[1] https://www.facebook.com/sweetlove.william

[2] https://web.archive.org/web/20150107144306/http://www.charliehebdo.fr/index.html

[3] https://www.lecanardenchaine.fr

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Sub-Sahara

[5] http://smak.be/nl/tentoonstelling/10961

[6] https://www.muzee.be/nl/muzee/t208955/een-gesprek-tussen-collecties-uit-kinshasa-en-oostende

[7] Intro Gie GORIS, citaat Helen ZILLE, premier West-Kaap

Een bezoeker blogt: David De Pooter

Turbo Lusavuvu Makaya, L’évangile du Congo, 2013 (c) Steven Decroos

“Lusavuvu Makaya en zijn collega-schilders zijn autodidacten die het schildersvak op straat leerden en de mosterd haalden bij twee andere beeldvormen die geweldig populair zijn in Kinshasa: stripverhalen en reclameschilderingen. ‘L’évangile du Congo’ kun je makkelijk opvatten als een collage van stripbeelden, waarin een zwarte christusfiguur omringd wordt door al het onheil dat Congo door haar blanke bezetters werd aangedaan. De kerstening als het ultieme symbool voor de rampspoed van de kolonisatie. En net zoals het stripverhaal combineren de meeste populaire schilderijen tekst en beeld. ‘Spectacle au village’ van Chéri Samba laat zien dat verschillende taalstijlen gewoon door elkaar gebruikt kunnen worden, een mooie manier om aan te geven dat het dorpsfeest iedereen bij elkaar brengt: jong en oud, arm en rijk.”

“De aantrekkingskracht van de Congolese volksschilderkunst op een westers publiek zit ‘m zeker in de speelse, humoristische manier waarop de schilders verslag uitbrengen van wat de gewone man in de straten van Kinshasa bezighoudt. Elk doek vertelt een heel verhaal met duidelijk afgelijnde, wat karikaturale figuren. De vrolijke naïviteit die ze uitstralen staat vaak in schril contrast met de ernst van het gebrachte thema. Maar het boeiendst aan deze schilderstijl is wel dat het beeld primeert op het object, het immateriële op het materiële. Een werk is immers pas geslaagd als het een discussie op gang brengt. Voor deze Congolese kunstenaars kan een schilderij nooit een statussymbool zijn, een werk dat niet aanzet tot reflectie of debat is gewoon een object als een ander.”

Lees de volledige post van David De Pooter hier.

Theatrale rondleidingen door Action Zoo Humain op 2 augustus 2018

Philip Aguirre y Otegui, Speaker’s Corner, 2001 (Collectie Mu.ZEE – langdurige bruikleen Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap)

Action Zoo Humain spoelt deze zomer aan in Oostende! Tijdens Theater Aan Zee spelen Chokri Ben Chikha en zijn gezelschap hun nieuwste voorstelling ‘Amnestie’ en organiseren ze theatrale rondleidingen doorheen de tentoonstelling ‘Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende’ in Mu.ZEE.

Action Zoo Humain neemt je mee op sleeptouw langs de kunstwerken. Wie is de anonieme privéverzamelaar? Waarom verzamelde hij kunstwerken van de ‘Kinois’? En wat vinden Congolezen daar zelf van? Deze  performatieve rondleiding poogt de geografische en culturele afstand tussen de kunstenaars en bezoekers in Oostende en Kinshasa te overbruggen.

Met: Chokri Ben Chikha, Geneviève Galo, Gert Jochems en Erik-Ward Geerlings

 

“De ontvoeringsindustrie draait zolang eraan wordt verdiend en zolang er opdrachtgevers zijn. De internationale kunstmaffia is daar een van. Kunsthandel is een duister domein in het economische veld. Er is niet zoiets als een vrije markt. Kunst wisselt meestal veel vaker van eigenaar door manipulatie en roof dan door verkoop.”

“Congolese kunst is verreweg superieur, omdat daar een emotionaliteit in zit.
Een spiritualiteit en expressiviteit, een schreeuw van de natuur.
Ergens leven die Afrikanen toch nog dichterbij de natuur, zo dichtbij als u en ik niet kunnen komen. Toch, Geneviève?”