Een bezoeker blogt: Ronny Vandenbroele

Kinshasa Blues

door Ronny Vandenbroele

Toen ik tijdens De Nacht van de Musea en de Galerijen in Oostende Mu.ZEE bezocht, was ik aangenaam verrast: een groot deel van de verdieping was gewijd aan werken van kunstenaars uit Kinshasa.

In 1977 was ik voor het eerst in Congo. Ik ontdekte er Kinshasa, de hoofdstad van wat toen nog Zaïre heette, en was meteen verloren. Daar ook ontdekte ik toen al een fragment van de lokale kunst. Zoals de meeste blanken zocht ik op de ‘Marché des voleurs’ iets ‘authentieks’ als souvenir. Zoals de naam laat vermoeden, bestaat de markt uit lokale handelaars die aan exorbitante prijzen ‘kunst’ aanbieden aan argeloze (blanke) toeristen. Je vindt er tientallen stalletjes die, naast schilderijtjes met veel palmbomen en veel kleuren, bewerkte stukken malachiet, ivoren en houten beeldjes, maskers en andere tropische rariteiten aanbieden. Daarnaast was er ook een Belgisch onderofficier die de dorpen in Beneden Congo afschuimde en er lokale kunstvoorwerpen aankocht. Zo kon ik bij hem een aantal originele maskers op de kop tikken.

De voorbije tien jaar ben ik meermaals naar Kinshasa gereisd en zo heb ik ook haar kunstenaars leren kennen. De stad is in al die jaren als een olievlek uitgebreid. De bevolking is er vertienvoudigd, van één naar tien miljoen. Spijtig genoeg is één zekerheid die de inwoners in 1977 hadden nog altijd geldig, namelijk “dat het vandaag in ieder geval beter is dan morgen!“ In Kinshasa is de hoofdbekommernis van negentig percent van de inwoners simpel: hoe overleef ik vandaag? Dat in het filmpje dat in Mu.ZEE draait een Congolese kunstenaar zegt dat hij zijn koelkast en kleren verkocht om verf, penselen en doeken te kopen, verwondert mij dus niet.


Foto: Chéri Benga

Die kunstenaar, Emmanuel Botalatala, ontmoette ik voor het eerst in 2010. Toen startte ik aan de KU Leuven een project op waarbij Leuvense professoren materiaal dat ze nodig hadden voor hun projecten in Congo met militaire vliegtuigen naar Kinshasa konden brengen. Kristien Geenen, onderzoekster aan het Leuvense Instituut voor Antropologie in Afrika, hoorde daarvan en vroeg me of er ook in de omgekeerde richting zaken mogelijk waren. In 2010 werd namelijk de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid gevierd en zij organiseerde in dat kader een tentoonstelling. Datzelfde jaar verdedigde ze ook haar doctoraatscriptie onder de titel ‘The pursuit of pleasure in a war-weary city, Butembo, North Kivu, DRC’, met als promotor Prof. dr. Filip De Boeck. Kristien vroeg me of het mogelijk was om werken van een aantal Congolese kunstenaars met het militair transport mee naar België te brengen. Dat ging zo:

Van: Kristien Geenen
Verzonden: zondag 7 maart 2010 15:55
Aan: Ronny Vandenbroele
Onderwerp: RE: Bezoek minister aan Congo

Geachte, ik heb inmiddels naar enkele kunstenaars in Kinshasa gebeld, en er is inderdaad al wat materiaal klaar voor de tentoonstelling. De enige artiest die een wagen heeft, is Chéri-Chérin, dus ik zal aan hem voorstellen dat hij het materiaal bij hem thuis verzamelt en vervolgens tot bij u brengt. Zijn telefoonnummer is **** ** ** **. Hijzelf heeft minstens één doek klaar. De artiesten die ook enkele werken zouden meegeven, zijn Botalatala (**** ** ** **, een vijftal collages) en Alain Bonduka (één doek). De anderen waren nog niet zeker of de werken tijdig klaar zouden zijn. De kunstenaar die alles tracht te coördineren ter plaatse, is Chéri-Benga: **** ** ** **. Ik hoop dat het vlot zal verlopen, geen evidentie in Kinshasa!, en nogmaals bedankt op voorhand voor de moeite, met vriendelijke groeten, Kristien

De minister van wie er sprake is in de mail was Pieter De Crem, toen minister van Landsverdediging. Hij bracht in maart 2010 een officieel bezoek aan Congo en ik kon meevliegen.

Bij die gelegenheid ontmoet ik in Kinshasa drie Congolese kunstenaars in de bar van de Procure Sainte Anne. De Procure is sedert 1903 het hart van de congregatie van Scheut, een katholieke congregatie van missionarissen. De drie kunstenaars waren Emmanuel Botalatala, die zichzelf ‘Le Ministre des Poubelles’ noemt, Chéri Benga en Papa Mfumu’Eto 1er. In de bar van de Procure spraken we af hoe hun werken in de toekomst in België konden geraken. Ze troonden me ook mee naar de Zone Artistique in de omgeving van de Zoo van Kinshasa, waar tientallen kunstenaars en ambachtslieden hun atelier hebben.

 Foto: JP Mika

Kunstschilder Botalatala heeft een door polio misvormd been, waardoor hij mankt. Zijn bedrijvige handen gebruikt hij permanent om zijn nooit ophoudende betogen te ondersteunen. Hij heeft een filosofie opgebouwd rond afval in onze moderne consumptiemaatschappij. Hij verzamelt wat andere mensen weggooien. Dat ‘afval’, dat voor hem geen afval is, gebruikt hij in zijn politieke en maatschappijgerichte assemblages met niet-evidente titels zoals 'Pèlerinage vers un hypothétique état de droit' (2010), ‘L’Aigle oppresseur’ (1992) en ‘Mon coeur en ébulition’ (2009).

In de Zone Artistique heeft hij zijn magazijn. Dat is niet meer dan een door een symbolische koord afgesloten open ruimte waar hij het resultaat van zijn zoektochten naar afval verzamelt. Het ligt er vol stukjes hout, papier, ijzerdraad, flesjes en conservenblikken. Die stukjes plakt hij op vooraf geschilderde stukken triplex. In die werken komen zowel lokale als wereldproblemen aan bod.

Ik bezoek ook de vriend-kunstenaar van Botalatala, Chéri Benga. Die heeft zijn atelier in de populaire wijk Selembao. Hij huurt er een eenkamerhuisje langs een drukke boulevard. Om den brode maakt hij naast kunstwerken reclamepanelen voor winkels. Zijn atelier is een hoekje van twee op twee in dat huisje. Hij had het geluk een paar keer naar België te kunnen komen, waardoor hij een tweedehands auto kon kopen die hij liet gebruiken als taxi. In 2010 staat wat overblijft van de wagen naast zijn huisje in de cité.

Zes maanden later, in augustus 2010, kan ik, samen met de Leuvense professor Zana Etambala, terug naar Kinshasa met een militaire Airbus. Zana kwam als peuter naar België en is opgevoed in een West-Vlaams gezin. We spreken onder elkaar dus West-Vlaams! Momenteel is hij verbonden aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Op datzelfde vliegtuig zitten de Beninese en Congolese leerling-officieren van de Koninklijke Militaire School (KMS). Drie van de Congolese studenten zijn niet komen opdagen voor de vlucht naar Congo. Na de zomer gaan ze ook niet meer terug naar de KMS. Dit is reden genoeg voor Kabila om de samenwerking met de KMS op te zeggen. Eveneens op het vliegtuig zitten een dokter- en een apotheker-reservist die in het kader van een programma van Landsverdediging regelmatig naar Kinshasa vliegen om de Congolese oud-strijders medische steun te verlenen.

Wanneer ik net ben geland in Kinshasa krijg ik een berichtje van Kristien:

Heb zonet treurig nieuws gekregen. Sim Nsingi, een jonge artiest die deelneemt aan onze tentoonstelling, is overleden. Hij had naar verluidt plots hevige buikloop, en is drie dagen nadien overleden. Het is de zoon van een ander deelnemend artiest, Sim Simaro. De begrafenis is gepland op woensdag. Ronny, ik neem aan dat alle artiesten die dag op de begrafenis zullen zijn. Ik geloof dat je maandag vertrekt? Kan ik je een gunst vragen, zou je aan Chéri Benga of JP Mika 50 dollar van mijn kant willen geven, als bijdrage voor de begrafenis? Ik betaal je onmiddellijk terug wanneer je weer in België bent. Ik zal Chéri-Benga of Mika vragen je dinsdag op te zoeken om het geld af te halen. Alvast heel erg bedankt, en goede reis, Kristien

Het is JP Mika die me in de Procure komt opzoeken en aan wie ik het geld geef. Hij nodigt me bij hem uit om schilderijen voor de tentoonstelling van Kristien op te halen. JP Mika woont nog dieper in de cité dan Chéri Benga. Om zijn huis te bereiken, moet je door smalle steegjes die bij tropische regen omgeschapen worden in modderwegen. Hij schildert buiten naast zijn huis.

 Foto: Chéri Benga

Met de uit Congo meegebrachte werken organiseert Kristien eind 2010 twee tentoonstellingen: een in de Brusselse KVS en een in de Centrale Bibliotheek van de KU Leuven op het Ladeuzeplein. De tentoonstellingen hebben als thema ‘Straatkinderen in Kinshasa’. Kristien combineert er eigen foto's met een veertigtal schilderijen van kunstenaars uit Kinshasa. Naar aanleiding van deze tentoonstelling verschijnt ook een geïllustreerde catalogus met teksten van straatkinderen en begeleidende essays van professor Filip De Boeck, schrijfster Lieve Joris en de Congolese professoren Yoka Lye en Joseph Ibongo van het Institut des Musées Nationaux du Congo.

We zijn nu alweer bijna acht jaar later, maar mijn bezoek aan deze verrassende tentoonstelling in Mu.ZEE heeft bij mij heel wat bijzonder fijne en dankbare herinneringen opgeroepen.

Een gedachte over “Een bezoeker blogt: Ronny Vandenbroele”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *